Art. 1:322 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
Iedere voogd kan zich van zijn bediening doen ontslaan, indien:
hij aantoont dat hij ten gevolge van een sedert de aanvang van zijn bediening opgekomen geestelijk of lichamelijk gebrek niet meer in staat is deze waar te nemen;
hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarigen acht.
Lid 2
Bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij is het eerste lid slechts van toepassing indien beide voogden zich van hun bediening willen doen ontslaan.
Recente uitspraken
Art. 1:322 BW is sinds 2019 in 39 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Hof Amsterdam en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:GHAMS:2023:2333 — 26-09-2023 Hof Amsterdam
De moeder zonder gezag is geen belanghebbende inzake de voogdijoverdracht van haar dochter. Niet-ontvankelijk verklaring. - ECLI:NL:GHAMS:2022:3148 — 08-11-2022 Hof Amsterdam
Moeder niet-ontvankelijk in het hoger beroep; is geen belanghebbende in de zin van artikel 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Door voogdij-overdracht worden haar rechten en verplichtingen niet rechtstreeks geraakt. - ECLI:NL:GHAMS:2022:529 — 22-02-2022 Hof Amsterdam
Voogdijoverdracht. Verzoekster in hoger beroep niet-ontvankelijk want geen belanghebbende. - ECLI:NL:GHAMS:2021:2570 — 10-08-2021 Hof Amsterdam
ontzetting / ontslag voogdij - ECLI:NL:RBOVE:2026:4658 — 16-07-2026 Rb. Overijssel
De rechtbank ontslaat de GI van de voogdij over het kind en benoemt tot voogd(en) de pleegouders. Het kind woont al een geruime tijd in het pleeggezin en ontwikkelt zich positief. Er is geen contact met de ouder(s).
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.