Art. 1:327 Burgerlijk Wetboek Boek 1
De rechtbank kan de voogdij van een natuurlijk persoon beëindigen indien:
een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de voogd niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
de voogd het gezag misbruikt , of
niet beschikt over de ingevolge artikel 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie vereiste beginseltoestemming.
Recente uitspraken
Art. 1:327 BW is sinds 2000 in 16 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Amsterdam en Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2005:AT3445 — 03-06-2005 Hoge Raad
3 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/092HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoekster 1], 2. [Verzoeker 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: mr. R.E. Troost, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerster 2], beiden… - ECLI:NL:HR:2000:AA8715 — 01-12-2000 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHAMS:2023:615 — 14-03-2023 Hof Amsterdam
Beëindiging gezamenlijke voogdij. Beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard ondanks tekst artikel 1:282a BW. Omissie van de wetgever. - ECLI:NL:GHAMS:2021:2570 — 10-08-2021 Hof Amsterdam
ontzetting / ontslag voogdij - ECLI:NL:GHARL:2015:6077 — 11-08-2015 Hof Arnhem-Leeuwarden
Verzoek tot ontzetting uit de voogdij afgewezen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.