Art. 1:359 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
De kantonrechter kan te allen tijde op verzoek van de andere voogd of ambtshalve aan de voogd de verplichting opleggen jaarlijks of eens in de twee of drie jaren ter griffie van de rechtbank een rekening in te dienen van zijn bewind over de goederen van de minderjarige.
Lid 2
De datum voor de indiening van de rekening wordt door de kantonrechter bepaald.
Lid 3
Indien in het geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij een van de voogden de rekening alleen heeft ingediend, moet hij gelijktijdig een afschrift van de rekening aan de andere voogd doen toekomen. Deze kan binnen twee maanden bezwaren tegen de rekening bij de rechter indienen.
Recente uitspraken
Art. 1:359 BW is sinds 2019 in 17 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
- ECLI:NL:OGEAA:2025:27 — 04-02-2025 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoek tot ontslag bewindvoerder wordt afgewezen. Spanningen tussen bewindvoerder en vriendin van verzoeker. Het lijkt er meer op dat de vriendin misbruik maakt van het vermogen van verzoeker, dan dat de bewindvoerder dat doet. Gronden voor bewind zijn nog steeds aanwezig.… - ECLI:NL:OGEAA:2022:363 — 23-08-2022 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
EJ. Personen- en familierecht. Ondercuratelestelling. - ECLI:NL:OGEAA:2022:362 — 23-08-2022 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
EJ. Personen- en familierecht. Ondercuratelestelling. - ECLI:NL:OGEAA:2022:511 — 28-06-2022 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Personen- en familierecht. Ondercuratelestelling. - ECLI:NL:OGEAA:2022:67 — 22-03-2022 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
EJ. Ondercuratelestelling wegens geestelijke stoornis, met benoeming van twee curatoren over de onder curatele gestelde.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.