Art. 1:358 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
De voogd mag alle noodzakelijke, betamelijke en behoorlijk gerechtvaardigde uitgaven aan de minderjarige in rekening brengen.
Lid 2
Indien de kantonrechter een bedrag bepaalt, hetwelk jaarlijks mag worden besteed voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige of voor de kosten van het beheer van diens vermogen, behoeft de voogd de besteding van dat bedrag niet gespecificeerd te verantwoorden.
Lid 3
De kantonrechter kan de voogd een beloning ten laste van de minderjarige toekennen, indien hij dit gezien de zwaarte van de last van het bewind redelijk acht. Buiten dit geval mag de voogd voor zichzelf geen loon berekenen, tenzij hem dat is toegekend bij de akte, waarbij hij door een ouder benoemd is.
Recente uitspraken
Art. 1:358 BW is sinds 2000 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hoge Raad en Rb. Gelderland.
- ECLI:NL:HR:2000:AA6297 — 23-06-2000 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHSHE:2015:4577 — 17-11-2015 Hof 's-Hertogenbosch
Vervolg op Hoge Raad 20-06-2014, ECLI:NL:HR:2014:1492: Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Art. 6 lid 2 BW. Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW. Overgangsrecht, art. 73 Ow… - ECLI:NL:RBGEL:2025:9811 — 29-10-2025 Rb. Gelderland
Rechtbank (civiel) is bevoegd en veroordeelt voormalig voogd om ten overstaan van de kantonrechter rekening en verantwoording af te leggen aan de meerderjarig gewordene. 1:372 BW, 1:373 BW, 1:374 BW.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.