Art. 1:267 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

Beëindiging van het gezag kan worden uitgesproken op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Tevens is degene die niet de ouder is en de minderjarige gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek indien de raad voor de kinderbescherming niet tot een verzoek overgaat.

Lid 2

Indien de raad niet tot een verzoek als bedoeld in het eerste lid overgaat nadat hij een verzoek tot onderzoek hiertoe van de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling over de minderjarige uitvoert, heeft ontvangen, deelt hij dit schriftelijk mee aan die gecertificeerde instelling. De gecertificeerde instelling kan na ontvangst van die mededeling de raad voor de kinderbescherming verzoeken het oordeel van de rechtbank te vragen of beëindiging van het gezag het noodzakelijk is. De raad voor de kinderbescherming die van de gecertificeerde instelling zodanig verzoek ontvangt, vraagt binnen twee weken na de dagtekening van dat verzoek het oordeel van de rechtbank of een beëindiging van het gezag moet volgen. In dat geval kan de rechtbank de beëindiging van het gezag ambtshalve uitspreken.

Recente uitspraken

Art. 1:267 BW is sinds 2004 in 83 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Amsterdam en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:HR:2022:684 — 13-05-2022 Hoge Raad
    Personen- en familierecht. Ouderlijk gezag. Beëindiging ouderlijk gezag voor duur van een jaar zonder dat een verzoek op de voet van art. 1:266-267 BW is ingediend. Biedt art. 1:253a BW daarvoor een grondslag?
  • ECLI:NL:HR:2018:488 — 30-03-2018 Hoge Raad
    Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise…
  • ECLI:NL:HR:2018:463 — 30-03-2018 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en…
  • ECLI:NL:HR:2012:BX5573 — 16-11-2012 Hoge Raad
    Mondelinge behandeling van verzoek ontheffing ouderlijk gezag, art. 1:267 en 1:268 lid 1 BW. Beginsel van hoor en wederhoor, deugdelijke oproeping, art. 271 Rv. Onderzoek bij twijfel over ontvangst oproeping.
  • ECLI:NL:CRVB:2025:415 — 07-03-2025 CRvB
    Loskoppelingsverzoek studiefinanciering. Appellante voldoet niet aan de eisen gesteld in art 6, lid 1 van de Bsf 2000. Haar vader is onder curatele gesteld en er is geen sprake van beëindiging van het gezag. Geen reden voor toepassing hardheidsclausule.

Bekijk alle 83 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.