Art. 1:395b Burgerlijk Wetboek Boek 1
Heeft de rechter het bedrag bepaald, dat een ouder of stiefouder dan wel, overeenkomstig artikel 394, de verwekker of de persoon die in artikel 394 daarmee gelijk is gesteld ter zake van de verzorging en opvoeding van zijn minderjarig kind of stiefkind moet betalen en is deze verplichting tot aan het meerderjarig worden van het kind van kracht geweest, dan geldt met ingang van dit tijdstip de rechterlijke beslissing als een tot bepaling van het bedrag ter zake van levensonderhoud en studie als in artikel 395a van dit boek bedoeld.
Recente uitspraken
Art. 1:395b BW is sinds 1997 in 65 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Amsterdam en Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Si.
- ECLI:NL:HR:2002:AE1534 — 21-06-2002 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1997:AA2105 — 29-08-1997 Hoge Raad
- - ECLI:NL:OGHACMB:2021:232 — 09-03-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Alimentatieregelingen - ECLI:NL:GHARL:2026:4825 — 23-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Vaststelling kinderalimentatie en onderhoudsbijdrage jong-meerderjarige, schulden, ingangsdatum, verdiencapaciteit, toekomstige omstandigheden in verband met komst baby. - ECLI:NL:GHAMS:2025:3440 — 16-12-2025 Hof Amsterdam
Alimentatie 20-jarige dochter. Geen sprake van rechtsverwerking bij wijzigingsverzoek vanwege gewijzigde omstandigheden dertien jaar eerder. Draagkracht: in beginsel rekening houden met alle schulden, ook met schulden wegens achterstallige (kinder)alimentatie. Geen rekening…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.