Art. 1:398 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

Wanneer hij die tot levensonderhoud verplicht is, buiten staat is het daartoe vereiste geld op te brengen, kan de rechtbank bevelen, dat hij de bloed- of aanverwant, aan wie hij levensonderhoud verschuldigd is, bij zich in huis zal nemen en aldaar van het nodige voorzien.

Lid 2

Ouders zijn steeds bevoegd de rechter te verzoeken hun toe te staan zich van hun onderhoudsplicht jegens hun behoeftig meerderjarig kind op de in het eerste lid omschreven wijze te kwijten.

Recente uitspraken

Art. 1:398 BW is sinds 2007 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Alkmaar en Rb. Noord-Nederland.

  • ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4102 — 17-04-2007 Hof Amsterdam
    De stichting die de voogdij heeft over de kinderen heeft geen toestemming van de rechter nodig voor uithuisplaatsing van de kinderen. Het beroep op art 6 EVRM maakt dit niet anders.
  • ECLI:NL:RBNNE:2024:1266 — 20-03-2024 Rb. Noord-Nederland
    Geen spoedeisend belang bij artikel 223 Rv voorziening vanwege de vrees dat de vrouw mogelijk te veel betaalde kinderalimentatie niet terug zal betalen. De man heeft voldoende draagkracht. Bovendien werkt de minderjarige niet en worden eventuele inkomsten gedurende zijn…
  • ECLI:NL:RBALK:2010:BO6090 — 29-09-2010 Rb. Alkmaar
    Toewijzing van een verzoek van de zoon tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van zijn levensonderhoud en studie ten laste van zijn ouders. Het verzoek van de ouders om ter voldoening van hun onderhoudsplicht de zoon bij hen in huis te nemen en hem aldaar het benodigde…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.