Art. 1:246 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Onbevoegd tot het gezag zijn minderjarigen, zij die onder curatele zijn gesteld en zij wier geestvermogens zodanig zijn gestoord, dat zij in de onmogelijkheid verkeren het gezag uit te oefenen, tenzij deze stoornis van tijdelijke aard is.

Recente uitspraken

Art. 1:246 BW is sinds 2005 in 97 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Rb. Den Haag en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2005 — 21-07-2026 Hof Amsterdam
    Vaststelling zorgregeling conform de huidige situatie.
  • ECLI:NL:GHARL:2026:1446 — 10-03-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Gezag en vervangende toestemming. Geen juridische grondslag voor beëindiging gezamenlijk gezag tijdens huwelijk. Het hof verleent geen algemene vervangende toestemming voor gezagsbeslissingen.
  • ECLI:NL:GHSHE:2025:946 — 03-04-2025 Hof 's-Hertogenbosch
    art. 1:253r lid 1, 1:253q, 1:246 BW. Belang minderjarigen verzet zich tegen belasting vader met gezag, daarom is er terecht een voogd benoemd.
  • ECLI:NL:GHARL:2024:3502 — 23-05-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Voogdij. Minderjarige moeder wenst dat oma voogd over kind wordt. Hof belast GI met voogdij. Ernstige zorgen in thuissituatie moeder en oma, die eerder hebben geleid tot een machtiging tot uithuisplaatsing van moeder, bestonden kort geleden nog. Voor zover er een positieve…
  • ECLI:NL:GHAMS:2024:591 — 12-03-2024 Hof Amsterdam
    Moeder was minderjarig ten tijde van de geboorte van het kind en op grond van artikel 1:246 BW onbevoegd tot het uitoefenen van het gezag. Voogdij bij de GI. Artikelen 1:295 en 1:299 BW.

Bekijk alle 97 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.