Art. 1:446 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
Voor zover de kantonrechter niet anders bepaalt, wordt bij het afleggen van de periodieke rekening en verantwoording hetgeen de goederen netto aan vruchten hebben opgebracht, onder aftrek van de verschuldigde beloning, aan de rechthebbende uitgekeerd. Op verzoek van de rechthebbende kan de kantonrechter andere tijdstippen voor de uitkering vaststellen.
Lid 2
Bij zijn eindrekening en verantwoording draagt de bewindvoerder alle goederen af aan hem die na hem tot het beheer der goederen bevoegd is. De bewindvoerder is bevoegd de afdracht op te schorten tot de voldoening van een hem toekomend saldo.
Lid 3
Wordt de rekening en verantwoording aan de kantonrechter afgelegd, dan blijven, tenzij de kantonrechter anders bepaalt, de netto-opbrengst of de af te dragen goederen onder het bewind van de bewindvoerder, totdat de rechthebbende tot de ontvangst in staat is of de onzekerheid, wie rechthebbende is, is opgeheven.
Recente uitspraken
Art. 1:446 BW is sinds 2007 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Leeuwarden en Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.
- ECLI:NL:GHLEE:2007:BB5298 — 10-10-2007 Hof Leeuwarden
In de grieven 3, 4 en 5 wordt (onder meer) betoogd dat nu in het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 1997, NJ 1997, 483 is beslist dat [naam 1] niet van [betrokkene 1] erft, daarop thans niet kan worden teruggekomen. Het hof deelt dat standpunt niet. Van belang is daarbij dat… - ECLI:NL:OGEAC:2022:174 — 07-07-2022 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
curatele, gedwongen opname curandus in tehuis, mondelinge negatieve wilsverklaring
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.