Art. 1:446a Burgerlijk Wetboek Boek 1
De bewindvoerder doet telkens na verloop van vijf jaren, of zo veel eerder als de kantonrechter bepaalt, aan deze verslag van het verloop van het bewind. Hij laat zich daarbij met name uit over de vraag of het bewind dient voort te duren dan wel of een minder ver, of een verder strekkende voorziening aangewezen is. Feiten die voor het bewind en het voortduren daarvan van betekenis zijn, deelt hij terstond aan de kantonrechter mede.
Recente uitspraken
Art. 1:446a BW is sinds 2019 in 15 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Gelderland, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2021:1921 — 17-12-2021 Hoge Raad
Cassatie in belang der wet. Is kantonrechter als toezichthouder op beheer door bewindvoerder binnen zijn wettelijke taak en bevoegdheden gebleven? - ECLI:NL:GHAMS:2021:2104 — 13-07-2021 Hof Amsterdam
Onderbewindstelling en mentorschap. - ECLI:NL:GHSHE:2021:545 — 25-02-2021 Hof 's-Hertogenbosch
Rechthebbenden krijgen de kans om te laten zien dat zij in staat zijn om zelf hun vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. De bewindvoerder dient daarvoor een plan van aanpak op te stellen en de rechthebbenden te begeleiden in het traject naar zelfstandigheid. - ECLI:NL:GHARL:2019:4284 — 14-05-2019 Hof Arnhem-Leeuwarden
Ontslag ouders als bewindvoerder kind vanwege gewichtige redenen. Ouders geven hun kind naar behoefte geld en geven meer uit dan er binnenkomt. Ook wordt er niet structureel gespaard. Inzicht in de financiële situatie ontbreekt. - ECLI:NL:RBGEL:2026:2792 — 16-03-2026 Rb. Gelderland
Schoondochter en rechthebbende niet-ontvankelijk in verzoek, bezwaar zoon gepasseerd.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.