Art. 1:253b Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
Indien ten aanzien van een kind alleen het moederschap vaststaat van de vrouw uit wie het kind is geboren of indien de ouders van een kind niet met elkaar gehuwd zijn dan wel gehuwd zijn geweest en zij het gezag niet gezamenlijk uitoefenen, oefent de moeder uit wie het kind is geboren van rechtswege het gezag over het kind alleen uit, tenzij zij bij haar bevalling onbevoegd tot het gezag was.
Lid 2
De in het eerste lid bedoelde moeder die ten tijde van haar bevalling onbevoegd was tot het gezag, verkrijgt dit van rechtswege op het tijdstip waarop zij daartoe bevoegd wordt, tenzij op dat tijdstip een ander met het gezag is belast.
Lid 3
Indien op bedoeld tijdstip een ander het gezag heeft, kan de tot het gezag bevoegde ouder de rechtbank verzoeken hem met het gezag over het kind te belasten.
Lid 4
Wanneer de andere ouder het gezag over het kind uitoefent, wordt dit verzoek slechts ingewilligd, indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt.
Lid 5
Wanneer een voogd het gezag over het kind uitoefent, wordt het verzoek slechts afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Recente uitspraken
Art. 1:253b BW is sinds 2004 in 94 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:HR:2024:1895 — 20-12-2024 Hoge Raad
Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv van toepassing? Kan rechter toestemming verlenen op voet van art.… - ECLI:NL:HR:2018:488 — 30-03-2018 Hoge Raad
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise… - ECLI:NL:HR:2005:AT6845 — 28-10-2005 Hoge Raad
Ouderlijk gezag over minderjarige kinderen, eenhoofdig gezag van de moeder, verzoek van de vader om gezagswijziging op de voet van art. 1:253c lid 2 BW, maatstaf: belang van het kind; rechtvaardigingsgrond inbreuk op “family life” van de moeder in het licht van art. 8 lid 2 EVRM. - ECLI:NL:HR:2005:AT6847 — 07-10-2005 Hoge Raad
voogdij; gezag over kind bij vader; wijzigingsverzoek van de moeder in combinatie met ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing; verstoring van hechtingsproces met pleegouders (art. 1:253b lid 5 BW). - ECLI:NL:OGHACMB:2021:83 — 09-03-2021 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
erkenning gezamenlijk gezag - geen toepassing klem of verloren criterium - hoofdverblijfplaats
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.