Art. 1:253c Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
De tot het gezag bevoegde ouder van het kind, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder uit wie het kind is geboren heeft uitgeoefend, kan de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten.
Lid 2
Indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met gezamenlijk gezag niet instemt, wordt het verzoek slechts afgewezen indien:
er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of
afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
Lid 3
Wanneer de andere ouder het gezag over het kind uitoefent, wordt het verzoek om de tot het gezag bevoegde ouder, bedoeld in het eerste lid, alleen met het gezag te belasten slechts ingewilligd, indien de rechtbank dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt.
Lid 4
Wanneer niet in het gezag is voorzien of wanneer een voogd het gezag uitoefent, wordt het verzoek om de tot het gezag bevoegde ouder, bedoeld in het eerste lid, alleen met het gezag te belasten slechts afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Lid 5
Een verzoek om de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten als bedoeld in het eerste lid, kan ook door de moeder uit wie het kind is geboren worden gedaan.
Recente uitspraken
Art. 1:253c BW is sinds 2003 in 627 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2025:1853 — 05-12-2025 Hoge Raad
Personen- en familierecht. Kan in één procedure verlening van vervangende toestemming voor erkenning van kind (art. 1:204 lid 3 BW) worden gecombineerd met toekenning van gezag over dat kind (art. 1:253c leden 2-4 BW)? - ECLI:NL:HR:2024:1775 — 29-11-2024 Hoge Raad
Personen- en familierecht. Gezag. Kan gezamenlijk gezag waarmee de ouders bij rechterlijke beslissing op grond van art. 1:253c BW zijn belast, nadien door de rechter worden gewijzigd in eenhoofdig gezag, hoewel art. 1:253c BW niet wordt genoemd in art. 1:253n BW? - ECLI:NL:HR:2022:519 — 08-04-2022 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Familie- en jeugdrecht. Verzoek om gezamenlijk gezag. Klem-criterium (art. 1:253c lid 2 BW). - ECLI:NL:HR:2021:1513 — 15-10-2021 Hoge Raad
Personen- en familierecht. Kan bevel tot terugverhuizing worden gegeven aan een ouder die, toen deze ouder alleen met het gezag over het kind was belast, met onbekende bestemming is verhuisd? Eenhoofdig gezag en gezamenlijk gezag. Art. 1:247 lid 3 BW, art. 1:253a BW en art. 8… - ECLI:NL:HR:2020:533 — 27-03-2020 Hoge Raad
Personen- en familierecht. Gezag. Uitleg art. 1:253c lid 2 BW. Kan de rechter, indien hij oordeelt dat is voldaan aan het 'klemcriterium', toch gezamenlijk gezag toekennen?
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.