Art. 1:391 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

Door een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen orgaan wordt een openbaar register gehouden, waarin rechtsfeiten worden aangetekend die betrekking hebben op curatele en op bewind als bedoeld in titel 19. In het register worden, voor iedere curatele en ieder in te schrijven bewind afzonderlijk, met vermelding van de dagtekening, ingeschreven:

  1. de naam en geboortedatum van de onder curatele gestelde en de rechthebbende;

  2. een uittreksel van de rechterlijke beslissingen, waarbij de curatele of het bewind wegens verkwisting dan wel het hebben van problematische schulden wordt ingesteld, verlengd of opgeheven;

  3. een uittreksel van de rechterlijke beslissingen, waarbij, voor zover de rechter zulks overeenkomstig artikel 436, derde lid, derde volzin, heeft bepaald, het bewind wegens een lichamelijke of geestelijke toestand wordt ingesteld, verlengd of opgeheven;

  4. de grond waarop de curatele is ingesteld;

  5. voor zover van toepassing, de datum waarop de curatele of het bewind eindigt;

  6. een uittreksel van de rechterlijke beslissingen, waarbij een curator of bewindvoerder wordt benoemd, geschorst of ontslagen;

  7. de naam en woonplaats van de curator of curatoren en de bewindvoerder of bewindvoerders en de taakverdeling, voor zover de rechter deze heeft vastgesteld.

Lid 2

Een ieder heeft kosteloze inzage in het register en kan tegen betaling een uittreksel daaruit verkrijgen, met inachtneming van het bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde.

Lid 3

De griffier van de rechtbank geeft de in het eerste lid, onder 1° tot en met 7° genoemde gegevens, alsmede het bericht van het overlijden van de onder curatele gestelde dan wel rechthebbende, door aan het in het eerste lid bedoelde orgaan ten behoeve van het in het eerste lid genoemde register.

Lid 4

Het einde van de curatele en het bewind door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor de maatregel is ingesteld, leidt tot doorhaling van de inschrijving in het openbaar register op de dag na het verstrijken van de tijdsduur. Een beschikking tot opheffing van de curatele of het bewind leidt tot doorhaling van de inschrijving in het openbaar register op het tijdstip waarop de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan. Het overlijden van de onder curatele gestelde of de rechthebbende leidt tot doorhaling van de inschrijving in het openbaar register, nadat de griffie van de rechtbank het bericht van het overlijden heeft ontvangen.

Recente uitspraken

Art. 1:391 BW is sinds 2013 in 213 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5400 — 20-08-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Vernietiging ondercuratelestelling
  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2275 — 18-08-2026 Hof Amsterdam
    Opheffing bewind.
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2490 — 15-07-2026 Hof Den Haag
    Noodzaak bewind is vast komen te staan. Vervanging bewindvoerder.
  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1926 — 14-07-2026 Hof Amsterdam
    “Opheffing bewind. De wettelijke gronden voor het bewind waren ten tijde van de bestreden beschikking aanwezig, maar zijn inmiddels niet meer aan de orde”.
  • ECLI:NL:GHARL:2026:4444 — 09-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Eindbeschikking opheffing curatele. De curatoren moeten de helft van de kosten van de deskundige aan curanda vergoeden.

Bekijk alle 213 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.