Art. 1:86 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

De rechtbank kan, wanneer daartoe gegronde redenen bestaan, op verzoek van een echtgenoot bepalen dat deze niet aansprakelijk zal zijn voor de door de andere echtgenoot in het vervolg aangegane verbintenissen als bedoeld in het vorige artikel.

Lid 2

Een overeenkomstig dit artikel gegeven rechterlijke beschikking kan bij veranderde omstandigheden op gelijke wijze als zij is tot stand gekomen, worden gewijzigd of opgeheven.

Lid 3

De beschikking kan aan derden die van haar bestaan onkundig waren, slechts worden tegengeworpen, indien zij ingeschreven was in het huwelijksgoederenregister, aangewezen in artikel 116 van dit boek, en na de inschrijving veertien dagen waren verlopen.

Lid 4

In de beschikking kan worden bepaald dat zij bovendien moet worden bekend gemaakt in een of meer door de rechter aangewezen dagbladen. In dat geval werkt de beschikking ten nadele van derden die daarvan onkundig waren, ook niet vóór deze bekendmaking.

Recente uitspraken

Art. 1:86 BW is sinds 2008 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam en Rb. 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:RBROT:2024:6679 — 17-07-2024 Rb. Rotterdam
    Is er een juridische grondslag om terugwerkende kracht toe te kennen aan een beslissing tot opheffing van aansprakelijkheid voor door de partner tijdens het huwelijk aangegane huishoudelijke schulden?
  • ECLI:NL:RBSHE:2008:BD3666 — 09-06-2008 Rb. 's-Hertogenbosch
    Vaststelling van een bijdrage in de kosten van de huishouding op grond van artikel 1:84 BW. Wederzijdse opheffing aansprakelijkheid voor huishoudelijke schulden. Rechtsmacht en toepasselijk recht.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.