Art. 1:92 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

Is aan een derde niet kenbaar wie van de echtgenoten bevoegd is tot het bestuur over een roerende zaak die geen registergoed is, of een recht aan toonder, dan mag hij de echtgenoot die de zaak of het papier aan toonder onder zich heeft, bevoegd achten.

Lid 2

De echtgenoot die ten gevolge van een rechtshandeling van de andere echtgenoot door een derde te goeder trouw in het bestuur van een goed is gestoord, verliest het recht tot beëindiging van de stoornis, indien hij zich tegen de stoornis niet heeft verzet binnen een redelijke termijn nadat zij te zijner kennis is gekomen. De bevoegdheid van de echtgenoot tot beëindiging van de stoornis vervalt eveneens indien de derde hem een redelijke termijn heeft gesteld ter uitoefening van die bevoegdheid en hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt.

Lid 3

Aan een derde kan niet worden tegengeworpen dat een vordering tot vergoeding welke tijdens het huwelijk is ontstaan wegens vermogensverschuiving tussen de echtgenoten onderling of tussen een der echtgenoten en een tussen hen bestaande gemeenschap, niet opeisbaar is.

Recente uitspraken

Art. 1:92 BW is sinds 2019 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Overijssel.

  • ECLI:NL:GHARL:2019:2423 — 19-03-2019 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Geen auteursrecht op een natuurgetrouwe kopie van de oorspronkelijke Nachtwacht van Rembrandt van Rijn. Verkrijgers van de kopie zijn te goeder trouw en worden op de voet van artikelen 1:92 en 3:86 BW beschermd tegen eventuele bestuurs- en beschikkingsbevoegdheid van de maker…
  • ECLI:NL:RBOVE:2026:2072 — 12-03-2026 Rb. Overijssel
    Voogd verzoekt voor minderjarige om ontkenning van het vaderschap van Ghanese vader gegrond te verklaren. Gegevens vader te herleiden uit Belgisch Rijksregister. Nederlands-Belgisch Executieverdrag 1925 niet van toepassing, dus NL rechter bevoegd. Belgisch recht van toepassing…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.