Art. 1:211 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

Een verzoek tot gegrondverklaring van de inroeping van staat kan worden ingediend:

  1. door het kind zelf;

  2. door de erfgenamen van het kind, indien het kind gedurende zijn minderjarigheid of binnen drie jaren nadien is overleden.

Lid 2

Indien het kind een verzoek als bedoeld in het eerste lid had ingediend, kunnen zijn erfgenamen de procedure voortzetten.

Recente uitspraken

Art. 1:211 BW is sinds 2012 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Leeuwarden, Rb. Amsterdam en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:RVS:2020:960 — 01-04-2020 Raad van State
    Bij onderscheiden besluiten van 18 januari 2017 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de verklaringen van appellanten dat zij het Nederlanderschap willen verkrijgen te bevestigen. De minister heeft zich in het besluit van 6 november 2017 op het standpunt gesteld dat…
  • ECLI:NL:GHLEE:2012:BW1960 — 15-03-2012 Hof Leeuwarden
    Betwisting en inroeping van staat. Art 1:209 en 211 BW. Artikel 1:209 BW biedt aan een kind geen mogelijkheid om zijn persoonlijke staat volgens de wet aan te tasten, gelet op de wetssystematiek en de bedoeling van de wetgever.
  • ECLI:NL:RBAMS:2024:6362 — 02-10-2024 Rb. Amsterdam
    inroeping recht van staat
  • ECLI:NL:RBDHA:2018:11885 — 04-10-2018 Rb. Den Haag
    Vader had Nederlandse nationaliteit door optie kunnen verkrijgen op grondslag van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder i van de RWN (aangezien hij vóór 1 januari 1985 is geboren uit een moeder die ten tijde van zijn geboorte Nederlander was terwijl de vader ten tijde van de…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.