Art. 1:265e Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

De kinderrechter kan bij de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing en ook nadat deze machtiging is verleend, op verzoek bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de gecertificeerde instelling die het toezicht uitoefent, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hij kan dit doen met betrekking tot:

  1. de aanmelding van de minderjarige bij een onderwijsinstelling,

  2. het geven van toestemming voor een medische behandeling van de minderjarige jonger dan twaalf jaar of van de minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, of

  3. het doen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning ten behoeve van de minderjarige als bedoeld in de artikelen 14 of 28 van de Vreemdelingenwet 2000.

Lid 2

De duur van de gedeeltelijke uitoefening van het gezag is niet langer dan die van de verleende machtiging tot uithuisplaatsing.

Lid 3

De kinderrechter kan de duur van de gedeeltelijke uitoefening van het gezag telkens met ten hoogste een jaar verlengen.

Lid 4

Op verzoek kan een beslissing als bedoeld in het eerste of derde lid wegens gewijzigde omstandigheden worden gewijzigd.

Lid 5

De verzoeken, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, kunnen worden gedaan door de gecertificeerde instelling die het toezicht uitoefent. Indien deze gecertificeerde instelling niet tot een verzoek overgaat, zijn de raad voor de kinderbescherming of degene die niet de ouder is en de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek.

Recente uitspraken

Art. 1:265e BW is sinds 2015 in 77 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:HR:2021:1003 — 25-06-2021 Hoge Raad
    Jeugdrecht. Geschillenregeling. Vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing. Gedeeltelijke gezagsoverheveling. Doorbreking en reikwijdte rechtsmiddelenverbod. Art. 1:262b, 1:263, 1:264, 1:265e BW, art. 807 Rv.
  • ECLI:NL:HR:2021:748 — 21-05-2021 Hoge Raad
    Prejudiciële procedure (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van minderjarige bij pleegouders. Dienen de pleegouders toestemming te verkrijgen van de ouders met gezag dan wel de gecertificeerde instelling voor een uitstapje of…
  • ECLI:NL:GHARL:2026:4990 — 30-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    1:265e BW. Gedeeltelijke uitoefening van het gezag door de GI, met betrekking tot het geven van toestemming voor medische behandelingen.
  • ECLI:NL:GHARL:2025:6793 — 21-10-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Artikel 1:265h BW. Het onderhavige geval betreft geen eenmalige of kortdurende medische ingreep maar een langduriger traject. Het is onduidelijk welke behandeling zal moeten worden gevolgd, welke medicatie er eventueel moet worden voorgeschreven en wat de duur van het traject…
  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2163 — 12-08-2025 Hof Amsterdam
    GI niet-ontvankelijk in verzoek gedeeltelijke gezagsuitoefening. Proceskostenveroordeling art. 1:265e lid 1 BW, art. 289 Rv.

Bekijk alle 77 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.