Art. 1:265j Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
Indien de gecertificeerde instelling oordeelt dat niet-verlenging van de ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 260, tweede lid, of niet-verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, bedoeld in artikel 265c, tweede lid, aangewezen is, doet zij hiervan tijdig doch uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de duur van de ondertoezichtstelling of machtiging tot uithuisplaatsing en onder overlegging van een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling of de uithuisplaatsing mededeling aan de raad voor de kinderbescherming.
Lid 2
De gecertificeerde instelling kan een uithuisplaatsing gedurende de termijn waarvoor zij is toegestaan beëindigen. De gecertificeerde instelling doet van het voornemen daartoe tijdig doch uiterlijk een maand voor het voorgenomen tijdstip van beëindiging en onder overlegging van een verslag van het verloop van de uithuisplaatsing, mededeling aan de raad voor de kinderbescherming.
Lid 3
Indien een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing twee jaar of langer heeft geduurd, gaat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de gecertificeerde instelling vergezeld van een advies van de raad voor de kinderbescherming met betrekking tot de verlenging van die ondertoezichtstelling. De gecertificeerde instelling doet van het voornemen tot een voornoemd verzoek tijdig doch uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de ondertoezichtstelling mededeling aan de raad voor de kinderbescherming.
Recente uitspraken
Art. 1:265j BW is sinds 2015 in 108 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2023:454 — 24-03-2023 Hoge Raad
Personen-en familierecht. Jeugdrecht. Art. 1:265j lid 3 BW. Kan verzoek tot verlenging van ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing, in het geval dat deze twee jaar of langer heeft geduurd, alleen worden toegewezen als dat verzoek vergezeld gaat van advies van raad voor de… - ECLI:NL:GHDHA:2024:435 — 06-03-2024 Hof Den Haag
De minderjarige verblijft sedert ongeveer zes jaren bij de grootouders, aanvankelijk binnen een vrijwillig kader, laatstelijk na een verleende machtiging uithuisplaatsing. Kort voor het aflopen van de termijn van uithuisplaatsing keert de minderjarige na een conflict terug naar… - ECLI:NL:GHARL:2023:6278 — 25-07-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
De GI heeft de uithuisplaatsing beëindigd. Uithuisplaatsing was noodzakelijk ten tijde van de bestreden beschikking, maar door de uithuisplaatsing is de minderjarige nog ernstiger klem komen te zitten. De GI heeft de regie weer over de situatie bij de vader. De uithuisplaatsing… - ECLI:NL:GHDHA:2023:96 — 25-01-2023 Hof Den Haag
Verlenging machtiging uithuisplaatsing en afwijzing verzoek ex. artikel 810a lid 2 Rv. - ECLI:NL:GHSHE:2020:3197 — 15-10-2020 Hof 's-Hertogenbosch
Formeel: bezwaar tegen aanwezigheid jeugdbeschermer tijdens mondelinge behandeling hof aangezien niet is aangetoond dat hij gemachtigde van de GI is: ongegrond verklaard (artikel 1.4.8. ‘Procesreglement Verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven’); bezwaar tegen…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.