Art. 1:19h Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

Tot de aangifte van een overlijden is bevoegd wie daarvan uit eigen wetenschap kennis draagt.

Lid 2

Binnen de in artikel 16 van de Wet op de lijkbezorging gestelde termijn voor de begraving of crematie, kan de persoon die in de lijkbezorging voorziet, door een in het eerste lid bedoelde persoon worden gemachtigd tot het doen van de aangifte. In dit geval kan de aangifte door de gemachtigde ook elektronisch worden gedaan, als deze weg is geopend.

Lid 3

De identiteit van de aangever wordt vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, dan wel op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen andere wijze.

Lid 4

De aangever verstrekt ten minste de volgende gegevens van de overledene:

  1. geslachtsnaam, voornamen en geslacht van de overledene;

  2. voor zover bekend, plaats en dag van geboorte;

  3. plaats, dag en, zo mogelijk, het tijdstip van overlijden en

  4. diens burgerlijke staat en

  5. diens laatst bekende woonadres of woonplaats.

Lid 5

Wanneer tot de aangifte bevoegde personen ontbreken of nalaten binnen de in de Wet op de lijkbezorging gestelde termijn voor de begraving of crematie de aangifte te doen, geschiedt deze door of vanwege de burgemeester van de gemeente alwaar de akte van overlijden moet worden opgemaakt.

Lid 6

In de gevallen bedoeld in artikel 19f, tweede en derde lid, geschiedt de aangifte door de hulpofficier van justitie.

Recente uitspraken

Art. 1:19h BW is sinds 2026 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:2030 — 16-02-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
    1:24 BW. Doorhaling overlijdensakte. Ten onrechte opgemaakt. Akte van lijkvinding

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.