Art. 1:26a Burgerlijk Wetboek Boek 1
De rechtbank kan, op verzoek of ambtshalve, bij de in het eerste lid van artikel 26 bedoelde verklaring voor recht tevens de toevoeging van een latere vermelding, op grond van artikel 24, eerste lid, aan een in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand voorkomende akte gelasten.
Recente uitspraken
Art. 1:26a BW is sinds 2011 in 14 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hof Amsterdam en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1936 — 28-06-2022 Hof Amsterdam
De vraag is of de erkenning van het kind door de man in strijd is met de Nederlandse openbare orde. Dat is naar het oordeel van het hof niet het geval. De man heeft zijn bevoegdheid tot erkenning niet misbruikt. Voldoende is komen vast te staan dat de man met de uitoefening van… - ECLI:NL:GHSHE:2022:881 — 17-03-2022 Hof 's-Hertogenbosch
IPR - ECLI:NL:GHAMS:2022:136 — 18-01-2022 Hof Amsterdam
Verzoek van de man tot het opmaken van akten van erkenning van de kinderen ten onrechte afgewezen door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Niet is komen vaststaan dat sprake is van een erkenning die uitsluitend is gericht op het verkrijgen van toegang en/of verblijf in… - ECLI:NL:GHSHE:2015:976 — 19-03-2015 Hof 's-Hertogenbosch
verklaring voor recht ex artikel 1:26 lid 1 BW en erkenning ex artikel 10:24 BW mbt in het buitenland gewijzigde geslachtsnaam - ECLI:NL:RBDHA:2026:29081 — 01-09-2026 Rb. Den Haag
Erkenning buitenlandse adoptie (Brazilie)
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.