Art. 1:27a Burgerlijk Wetboek Boek 1
De rechtbank kan, op verzoek van een belanghebbende partij of ambtshalve, bij haar beschikking tevens een verklaring als bedoeld in artikel 26 afgeven, alsmede een last als bedoeld in artikel 26a, onderscheidenlijk artikel 26b.
Recente uitspraken
Art. 1:27a BW is sinds 2013 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Den Haag en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1936 — 28-06-2022 Hof Amsterdam
De vraag is of de erkenning van het kind door de man in strijd is met de Nederlandse openbare orde. Dat is naar het oordeel van het hof niet het geval. De man heeft zijn bevoegdheid tot erkenning niet misbruikt. Voldoende is komen vast te staan dat de man met de uitoefening van… - ECLI:NL:GHSHE:2022:881 — 17-03-2022 Hof 's-Hertogenbosch
IPR - ECLI:NL:GHAMS:2022:136 — 18-01-2022 Hof Amsterdam
Verzoek van de man tot het opmaken van akten van erkenning van de kinderen ten onrechte afgewezen door de ambtenaar van de burgerlijke stand. Niet is komen vaststaan dat sprake is van een erkenning die uitsluitend is gericht op het verkrijgen van toegang en/of verblijf in… - ECLI:NL:GHDHA:2013:2859 — 24-07-2013 Hof Den Haag
Toelating tot afleggen beëdigde verklaring als bedoeld in artikel 1:45 lid 3 BW in verband met huwelijksaangifte en voorgenomen huwelijksvoltrekking. - ECLI:NL:RBOVE:2025:7612 — 31-12-2025 Rb. Overijssel
Ambtenaar van de burgerlijke stand weigert akte van erkenning op te maken. Voldoende is komen vast te staan dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de man en de minderjarige en dat de gewenste erkenning niet uitsluitend is gericht op het verschaffen van…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.