Art. 1:201 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
Overlijdt de vader of de moeder voor de afloop van de in artikel 200, vijfde lid, gestelde termijn, dan kan een afstammeling van deze echtgenoot of geregistreerde partner in de eerste graad of, bij gebreke van zodanige afstammeling, een ouder van deze echtgenoot of geregistreerde partner, de rechtbank verzoeken de ontkenning van het vaderschap gegrond te verklaren. Het verzoek wordt gedaan binnen een jaar na de dag van overlijden of nadat het overlijden ter kennis van de verzoeker is gekomen.
Lid 2
Overlijdt het kind voor de afloop van de in artikel 200, zesde lid, gestelde termijn, dan kan een afstammeling in de eerste graad van het kind de rechtbank verzoeken de ontkenning van het vaderschap gegrond te verklaren. Indien het kind meerderjarig was ten tijde van het overlijden, wordt het verzoek gedaan binnen een jaar na de dag van overlijden of binnen een jaar nadat het overlijden ter kennis van de verzoeker is gekomen. Overleed het kind gedurende de minderjarigheid, dan dient het verzoek te worden gedaan binnen een jaar nadat het kind, in leven zijnde, zelfstandig het verzoek had kunnen doen, dan wel, indien het overlijden op een later tijdstip ter kennis is gekomen van de verzoeker binnen een jaar na die kennisneming.
Recente uitspraken
Art. 1:201 BW is sinds 2017 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:RBNHO:2017:7250 — 30-08-2017 Rb. Noord-Holland
Herroeping beschikking ontkenning vaderschap uit 1996: de ontkenning heeft op de destijds geldende wet plaatsgevonden, geen DNA-onderzoek in die tijd. Kind is daarna erkend door echtgenoot van de moeder, ervan uitgaande dat hij de biologische vader was. Uit DNA-onderzoek is nu…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.