Art. 1:412 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
Wanneer aan een persoon wiens bestaan onzeker is een erfdeel of een legaat opkomt, waartoe, indien hij niet in leven mocht zijn, anderen zouden gerechtigd zijn, verleent de rechtbank aan die anderen op hun verzoek machtiging tot de uitoefening van het recht van erfgenaam of legataris.
Lid 2
De rechtbank kan zo nodig, openbare oproepingen bevelen en behoedmiddelen ten behoeve van de belanghebbenden voorschrijven.
Lid 3
Indien na het verlenen van de machtiging mocht blijken, dat de vermiste op de dag van het openvallen der nalatenschap heeft bestaan, kan de teruggave van de in bezit gekomen goederen en van de vruchten worden gevorderd, op de voet en onder de beperkingen als hierna bij de vaststelling van vermissing is aangegeven.
Lid 4
Het eerste tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing op een uitkering uit levensverzekering, waartoe de persoon wiens bestaan onzeker is de eerstgeroepen begunstigde is.
Recente uitspraken
Art. 1:412 BW is sinds 2018 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:RBDHA:2025:21591 — 24-10-2025 Rb. Den Haag
Machtiging tot het uitoefenen van het recht van erfgenaam - ECLI:NL:RBROT:2021:5694 — 09-06-2021 Rb. Rotterdam
Verzoek op grond van artikel 1:412 BW. Vast staat dat het bestaan van de erfgenaam onzeker is. Er is daarmee voldaan aan het wettelijk criterium, zodat het verzoek wordt toegewezen. Verzoeker en de (overige) erfgenamen spreken daarop aanvullend af onder welke voorwaarden… - ECLI:NL:RBDHA:2018:4580 — 29-03-2018 Rb. Den Haag
machtiging tot uitoefenen van het recht van erfgenaam
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.