Art. 1:240 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht kan, zonder toestemming van degene die het betreft, aan de raad voor de kinderbescherming inlichtingen verstrekken, indien dit noodzakelijk kan worden geacht voor de uitoefening van de taken van de raad.
Recente uitspraken
Art. 1:240 BW is sinds 2021 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Midden-Nederland en Rb. Noord-Nederland.
- ECLI:NL:GHARL:2024:7381 — 28-11-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Ondertoezichtstelling, 1:255, eerste lid BW. - ECLI:NL:RBNNE:2024:1413 — 12-04-2024 Rb. Noord-Nederland
Onderzoekstaak en -bevoegdheden Raad voor de Kinderbescherming. Na het overlijden van een baby, ontstaan grote zorgen over de veiligheid in de opvoedsituatie. Er is naar het zich laat aanzien sprake van een onnatuurlijke dood, er is cocaïne in het lichaam van de baby… - ECLI:NL:RBMNE:2021:6024 — 13-12-2021 Rb. Midden-Nederland
Verzoek tot rectificatie afgewezen. Geen sprake van melding op oneigenlijke gronden of in strijd met daarvoor geldende richtlijnen. Geen privacy schending.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.