Art. 1:253q Burgerlijk Wetboek Boek 1
Lid 1
Wanneer een van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, op een der in artikel 246 genoemde gronden daartoe onbevoegd is, oefent de andere ouder alleen het gezag over de kinderen uit. Wanneer de grond van de onbevoegdheid is weggevallen, herleeft van rechtswege het gezamenlijke gezag.
Lid 2
Wanneer beide ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, daartoe op een der in artikel 246 genoemde gronden onbevoegd zijn, benoemt de rechtbank een voogd.
Lid 3
Wanneer een ouder die alleen het gezag uitoefent, op een der in artikel 246 genoemde gronden daartoe onbevoegd is, belast de rechtbank de andere ouder met het gezag, tenzij de rechter oordeelt dat het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet. Alsdan benoemt zij een voogd.
Lid 4
De in het tweede en derde lid bedoelde beslissingen worden gegeven op verzoek van een ouder, bloed- of aanverwanten van de minderjarige, de raad voor de kinderbescherming, de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, een rechtspersoon een daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie aanvaarde rechtspersoon als bedoeld in artikel 256, eerste lid, en artikel 302, tweede lid, of ambtshalve.
Lid 5
Wanneer de grond van de onbevoegdheid ten aanzien van de ouder die het gezag alleen uitoefende, is vervallen, belast de rechtbank deze ouder op zijn verzoek wederom met het gezag tenzij de rechtbank oordeelt dat het belang van de minderjarige zich hiertegen verzet. Op verzoek van de ouders of een van hen kan hij de ouders gezamenlijk met het gezag belasten.
Recente uitspraken
Art. 1:253q BW is sinds 2005 in 135 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Zeeland-West-Brabant, Rb. Den Haag en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:OGHACMB:2025:83 — 25-02-2025 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Curaçao. Adoptie. Mindejrarige heeft niets meer van biologische moeder te verwachten. 1:227 lid 3 BW; 1: 228 BW. Ontheffing gezag; 1: 268 lid 1 sub d BW; Naamskeuze 1:5d BW - ECLI:NL:GHARL:2026:1446 — 10-03-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Gezag en vervangende toestemming. Geen juridische grondslag voor beëindiging gezamenlijk gezag tijdens huwelijk. Het hof verleent geen algemene vervangende toestemming voor gezagsbeslissingen. - ECLI:NL:GHSHE:2025:946 — 03-04-2025 Hof 's-Hertogenbosch
art. 1:253r lid 1, 1:253q, 1:246 BW. Belang minderjarigen verzet zich tegen belasting vader met gezag, daarom is er terecht een voogd benoemd. - ECLI:NL:GHDHA:2024:2026 — 16-10-2024 Hof Den Haag
“Verzoek tot omgangsregeling van grootmoeder met kleinzoon. Art. 1:377a BW. Nauwe persoonlijke betrekking? Grootmoeder is ontvankelijk maar verzoek wordt afgewezen. Strijd met de zwaarwegende belangen van de kleinzoon.” - ECLI:NL:GHAMS:2024:531 — 06-02-2024 Hof Amsterdam
Schorsing van rechtswege van het (mede)gezag van de moeder over de kinderen totdat de rechtbank in de echtscheidingsprocedure een eindbeslissing heeft gegeven over het ouderlijk gezag. Artikel: 1:253q en 1:253r BW.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.