Afdeling 3a.1.1. Algemene bepalingen
Artikel 3a:1
Lid 1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
af te wikkelen entiteit:
een af te wikkelen entiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 24 bis, van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme;
een in de Unie gevestigde rechtspersoon die overeenkomstig artikel 12 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen door de afwikkelingsautoriteit is aangemerkt als een entiteit ten aanzien waarvan het afwikkelingsplan in een afwikkelingsmaatregel voorziet;
een rechtspersoon die door de Nederlandsche Bank is aangemerkt als een entiteit ten aanzien waarvan het afwikkelingsplan in een afwikkelingsmaatregel voorziet;
af te wikkelen groep:
een af te wikkelen entiteit en haar dochterondernemingen, niet zijnde:
de af te wikkelen entiteiten zelf;
dochterondernemingen van andere af te wikkelen entiteiten; of
entiteiten met zetel in een staat die geen lidstaat is die volgens het afwikkelingsplan geen deel uitmaken van de af te wikkelen groep, alsmede de dochterondernemingen daarvan;
banken die blijvend aangesloten zijn bij de centrale kredietinstelling en de centrale kredietinstelling zelf, indien ten minste een van deze banken of de centrale kredietinstelling een af te wikkelen entiteit is, en hun dochterondernemingen;
afwikkelingsautoriteit: een door een lidstaat overeenkomstig artikel 3 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen aangewezen autoriteit of een bevoegde autoriteit van een staat die geen lidstaat is met soortgelijke bevoegdheden als een afwikkelingsautoriteit van een lidstaat;
afwikkelingsinstrument:
het instrument van overgang van de onderneming als bedoeld in artikel 3A:28;
het instrument van de overbruggingsinstelling als bedoeld in artikel 3A:37;
het instrument van afsplitsing van activa en passiva als bedoeld in artikel 3A:41;
het instrument van bail-in als bedoeld in artikel 3A:44;
afwikkelingsmaatregel: een besluit op grond van de artikelen 3A:18 tot en met 3A:19, of een besluit op grond van de artikelen 16 of 18 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, de toepassing van een afwikkelingsinstrument of het uitoefenen van een bevoegdheid ingevolge de afdeling 3A.1.5;
afwikkelingsmaatregel van een staat die geen lidstaat is: een maatregel naar het recht van een staat die geen lidstaat is om het falen van een derdeland-instelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 86, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen of een derdeland-moederonderneming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 87, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen te beheren, die wat de doelstellingen en de te verwachten resultaten betreft, vergelijkbaar is met een afwikkelingsmaatregel zoals gedefinieerd in dit artikel;
bail-inbare passiva: passiva als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 71, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen;
dochteronderneming: een dochteronderneming als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 16, van de verordening kapitaalvereisten;
eigendomsinstrumenten: aandelen, rechten op aandelen, certificaten van aandelen, rechten op certificaten van aandelen, andere deelnemingsrechten of participaties in het kapitaal of certificaten van die rechten en participaties, lidmaatschapsrechten of hiermee vergelijkbare rechten, claims, opties, conversierechten of hiermee vergelijkbare rechten die bij uitoefening omgezet kunnen worden in of recht geven op de verwerving van aandelen, certificaten van aandelen of daarmee vergelijkbare rechten die aanspraken geven op het kapitaal of het vermogen van de desbetreffende entiteit;
entiteit voor activa- en passivabeheer: een vehikel voor activabeheer als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen;
gecombineerde buffervereiste: een gecombineerd buffervereiste als bedoeld in artikel 128, zesde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten;
gestructureerde financieringsregeling: een regeling, met inbegrip van securitisaties en instrumenten voor hedgingdoeleinden, die integraal deel uitmaakt van de dekkingspool en naar het toepasselijke recht op gelijke wijze als een gedekte obligatie is gedekt, en die het verstrekken en aanhouden van zekerheden door een partij bij de regeling, een trustee, lasthebber of gevolmachtigde inhoudt;
groep: een groep van entiteiten als bedoeld in artikel 3A:2, die gezamenlijk onderworpen zijn aan toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig titel II van deel 1 van de verordening kapitaalvereisten;
groepsafwikkelingsautoriteit: de afwikkelingsautoriteit in de lidstaat waar de consoliderende toezichthouder, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 41, van de verordening kapitaalvereisten, is gevestigd;
in aanmerking komende deposito’s: deposito’s als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 4, van de richtlijn depositogarantiestelsels;
in aanmerking komende passiva: passiva als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 71 bis, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen;
kernkapitaalinstrumenten: instrumenten als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van de verordening kapitaalvereisten;
kritieke functies: kritieke functies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 35, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen;
relevante kapitaalinstrumenten: instrumenten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen 69 en 73, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen;
salderingsovereenkomst: een salderingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 98, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen;
schuldinstrumenten: obligaties en andere vormen van overdraagbare schuld, instrumenten die een schuld creëren of erkennen en instrumenten die recht geven op het verwerven van schuldinstrumenten;
securitisatie: securitisatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van de securitisatieverordening;
verrekeningsovereenkomst: een verrekeningsovereenkomst op grond waarvan twee of meer vorderingen of verplichtingen tussen de entiteit in afwikkeling en een tegenpartij met elkaar kunnen worden verrekend;
zekerheidsregelingen: zekerheidsregelingen waarbij een persoon bij wijze van zekerheid een werkelijk of voorwaardelijk belang in de over te dragen goederen heeft, ongeacht of dat belang door geïndividualiseerde goederen dan wel door een zekerheid op een algemeenheid van goederen of soortgelijke regeling is gedekt.
Lid 2
Voor de toepassing van de artikelen 3A:6, 3A:11a, 3A:21, 3A:22 en 3A:45 op af te wikkelen groepen wordt onder «dochteronderneming» tevens verstaan, indien en waar passend, een bank die blijvend is aangesloten bij een centraal orgaan, het centrale orgaan zelf en hun respectieve dochterondernemingen, rekening houdend met de wijze waarop dergelijke groepen voldoen aan artikel 45 sexies, derde lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
Artikel 3a:2
Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende entiteiten, met zetel in Nederland, tenzij anders is bepaald:
banken, met uitzondering van rechtspersonen waaraan ook een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 14 van de EMIR-verordening;
beleggingsondernemingen in de zin van artikel 4, eerste lid, punt 1, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 waarop artikel 9, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen van toepassing is;
financiële holdings in een groep met een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel b;
gemengde financiële holdings in een groep met een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel b;
gemengde holdings in een groep met een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in onderdeel b;
financiële instellingen, indien zij een dochteronderneming zijn van een entiteit als bedoeld in de onderdelen a tot en met e, en onder het toezicht op geconsolideerde basis op de moederonderneming vallen, overeenkomstig titel II van deel 1 van de verordening kapitaalvereisten; alsmede:
in Nederland gelegen bijkantoren van banken en beleggingsondernemingen die voldoen aan het vereiste, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, met zetel in een staat die geen lidstaat is.
Artikel 3a:3
Dit hoofdstuk is van toepassing op entiteiten als bedoeld in artikel 3A:2, ongeacht het recht dat van toepassing is op:
de activa, rechten of passiva van de entiteit;
door of met de medewerking van de entiteit uitgegeven financiële instrumenten; en
overeenkomsten waaraan de entiteit is gebonden.
Artikel 3a:4
Lid 1
Een besluit van een afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat inhoudende de overgang van eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva die zich in Nederland bevinden of waarop Nederlands recht van toepassing is, dan wel inhoudende de omzetting of afschrijving van passiva waarop Nederlands recht van toepassing is, wordt van rechtswege erkend en alhier ten uitvoer gelegd.
Lid 2
Niet kan in rechte worden opgekomen tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3a:5
Lid 1
Een afwikkelingsmaatregel van een staat die geen lidstaat is tot afwikkeling van een bank, beleggingsonderneming of moederonderneming met zetel in die staat, wordt van rechtswege erkend en ten uitvoer gelegd ten aanzien van een dochteronderneming met zetel in Nederland, een in Nederland gelegen bijkantoor, of ten aanzien van activa, rechten of passiva die zich in Nederland bevinden dan wel waarop Nederlands recht van toepassing is, indien:
dit volgt uit een verdrag als bedoeld in artikel 93 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, tussen de Europese Unie en de betreffende staat;
dit volgt uit een verdrag waarbij Nederland en de betreffende staat partij zijn;
dit volgt uit een besluit van een Europees afwikkelingscollege als bedoeld in artikel 94, tweede lid, van die richtlijn, tenzij de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 95 van die richtlijn anders beslist; of
dit volgt uit een besluit van de Nederlandsche Bank overeenkomstig artikel 94, derde lid, van die richtlijn.
Lid 2
Voor zover noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van een besluit als bedoeld in het eerste lid, beschikt de Nederlandsche Bank over de bevoegdheden in de afdelingen 3A.1.3 tot en met 3A.1.7 en is artikel 3A:8b van toepassing.
Lid 3
Het eerste en tweede lid laten toepassing van de titels I en II van de Faillissementswet onverlet.
Artikel 3a:6
Lid 1
Een besluit ingevolge de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4 en 3A.1.5 of de artikelen 16, 18 en 21 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, alsmede de voorbereiding en uitvoering van dat besluit, is niet onderworpen aan enig instemmingsvereiste ingevolge de wet, de statuten of tussen de entiteit en haar aandeelhouders of leden overeengekomen regelingen ten aanzien van de besluitvorming door de algemene vergadering, met uitzondering van het vereiste van instemming van de verkrijger bij overgang van eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva.
Lid 2
Onverminderd het bepaalde ingevolge de artikelen 81 en 83 van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, is een besluit ingevolge de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4 en 3A.1.5 of de artikelen 16, 18 en 21 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, alsmede de voorbereiding en uitvoering ervan, niet onderworpen aan enig kennisgevingsvereiste of procedureel voorschrift ingevolge een ander wettelijk voorschrift.
Lid 3
Een besluit tot afschrijving en omzetting van kapitaalinstrumenten en de in artikel 3A:21, tweede lid, bedoelde in aanmerking komende passiva, toepassing van een afwikkelingsinstrument of omzetting van de rechtsvorm van de entiteit in afwikkeling, alsmede de voorbereiding en uitvoering van dat besluit, is niet onderworpen aan enige andere beperking uit hoofde van de wet, statuten of overeenkomst.
Lid 4
Een besluit tot afschrijving en omzetting van kapitaalinstrumenten of toepassing van een afwikkelingsinstrument vermeldt het tijdstip waarop het in werking treedt. De desbetreffende eigendomsinstrumenten, activa, rechten of passiva gaan over op dit tijdstip, tenzij in het besluit anders is bepaald.
Artikel 3a:7
De waarborgen, bedoeld in hoofdstuk VII van titel IV van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, die gelden bij overgang van een gedeelte van de activa, rechten of passiva, worden beheerst door het recht van de lidstaat van de afwikkelingsautoriteit die het besluit tot overgang heeft genomen.
Artikel 3a:8
Lid 1
Met de voorbereiding en uitvoering van besluiten ingevolge dit hoofdstuk zijn belast de bij besluit van de Nederlandsche Bank aangewezen personen. De artikelen 5:12 tot en met 5:17 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Lid 2
De Nederlandsche Bank is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde voorbereiding en uitvoering van besluiten.
Lid 3
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 3a:8a
Afdeling 13 van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk wetboek is niet van toepassing op de volgende rechtspersonen:
een overbruggingsinstelling als bedoeld in artikel 3A:37, voor zover deze overbruggingsinstelling houder is van eigendomsinstrumenten in een andere overbruggingsinstelling of de entiteit in afwikkeling;
een rechtspersoon als bedoeld in artikel 3A:42, die tot taak heeft de eigendom in een entiteit voor activa- en passivabeheer als bedoeld in artikel 3A:41 te houden;
een bijzonder bestuurder als bedoeld in artikel 3A:49 voor zover deze zeggenschap uitoefent over een entiteit in afwikkeling, overbruggingsinstelling of een entiteit voor activa- en passivabeheer;
een stichting administratiekantoor afwikkeling als bedoeld in artikel 3A:50a.
Artikel 3a:8b
Lid 1
Artikel 1:76b is van overeenkomstige toepassing op een besluit ingevolge de artikelen 3A:11 of 3A:11a, de afdelingen 3A.1.3, 3A.1.4 en 3A.1.5, de artikelen 16, 18 en 21 van de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een besluit van een afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat tot toepassing van een crisisbeheersingsmaatregel of crisispreventiemaatregel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen 101 en 102, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen of een afwikkelingsmaatregel van een staat die geen lidstaat is, dat erkend is ingevolge artikel 3A:5, of een gebeurtenis die daarmee rechtstreeks verband houdt.
Lid 2
De uitoefening van een bevoegdheid op grond van dit hoofdstuk of de verordening gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, een besluit van een afwikkelingautoriteit van een andere lidstaat of van een staat die geen lidstaat is dat is erkend ingevolge artikel 3A:5, of een gebeurtenis die daarmee rechtstreeks verband houdt, met betrekking tot een bank die een gedekte obligatie heeft uitgegeven, leidt niet tot wijziging van de rechten van de houder van een gedekte obligatie jegens een derde in verband met die gedekte obligatie.
Artikel 3a:8c
Lid 1
Een entiteit als bedoeld in artikel 3A:2, onderdelen a tot en met f, neemt in iedere door haar gesloten financiële overeenkomst waarop het recht van een staat die geen lidstaat is van toepassing is, een bepaling op waarbij de partijen erkennen dat de financiële overeenkomst onderworpen kan zijn aan de uitoefening van bevoegdheden door de afwikkelingsautoriteit met het oog op het opschorten of beperken van rechten en verplichtingen uit hoofde van de artikelen 3A:20b, 3A:20e en 3A:52 tot en met 3A:55, en ermee instemmen dat artikel 1:76b in samenhang met 3A:8b van toepassing is boven het recht dat van toepassing is op de financiële overeenkomst.
Lid 2
De Nederlandsche Bank kan eisen dat een EU-moederonderneming met zetel in Nederland ervoor zorgt dat een of meer van haar dochterondernemingen met zetel in een staat die geen lidstaat is en die een bank, beleggingsonderneming of financiële instelling zijn of die een beleggingsonderneming zou zijn indien zij hun zetel in Nederland zouden hebben een bepaling opnemen in hun financiële overeenkomsten die uitsluit dat de uitoefening van de bevoegdheden tot opschorting of beperking van rechten en verplichtingen van de EU-moederonderneming op grond van de artikelen 3A:20b, 3A:20e, 3A:52 tot en met 3A:54 een geldige reden vormt voor vroegtijdige beëindiging, opschorting, wijziging, verrekening, uitoefening van rechten op saldering of tenuitvoerlegging van zekerheidsrechten met betrekking tot die overeenkomsten. De EU-moederonderneming behoeft niet aan de eis te voldoen indien zij aantoont dat zij daartoe rechtens of feitelijk niet in staat is.
Lid 3
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op financiële overeenkomsten die zijn aangegaan voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit artikel, tenzij na de inwerkingtreding van dit artikel daarin een nieuwe verbintenis wordt gecreëerd of een daarin opgenomen verbintenis wezenlijk wordt gewijzigd.