Artikel 5:20 Algemene Wet Bestuursrecht
Lid 1
Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
Lid 2
Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.
Lid 3
Het bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is, is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het eerste lid.
Lid 4
Indien de gevorderde medewerking strekt ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens een regeling die is genoemd in hoofdstuk 2, 3 of 4 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak of in de bij deze wet behorende Regeling verlaagd griffierecht, wordt de last onder bestuursdwang voor de toepassing van de twee laatstgenoemde regelingen aangemerkt als een besluit, genomen op grond van de eerstbedoelde regeling.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
- Art. 26 Advocatenwet
- Art. 46m Advocatenwet
- Art. 57a Gdw
- Art. 124e Gemw
- Art. 124g Gemw
- Art. 100 Geneesmiddelenwet
- Art. 9.1 Jeugdwet
- Art. 9.2 Jeugdwet
- Art. 9.5 Jeugdwet
- Art. 10.5 Omgevingswet
- Art. 168 Pensioenwet
- Art. 176 Pensioenwet
- Art. 121c Provw
- Art. 121e Provw
- Art. 15.3b Telecommunicatiewet
- Art. 15.4 Telecommunicatiewet
- Art. 18.7 Telecommunicatiewet
- Art. 49 Vw2000
- Art. 1 WED
- Art. 87 WetBIG
- Art. 1:52 Wft
- Art. 1:56 Wft
- Art. 1:57 Wft
- Art. 1:57a Wft
- Art. 1:68 Wft