Artikel 8:16 Algemene wet bestuursrecht

Lid 1

Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

Lid 2

Het verzoek geschiedt schriftelijk en is gemotiveerd. Na de aanvang van het onderzoek ter zitting onderscheidenlijk na de aanvang van het horen van partijen of getuigen in het vooronderzoek kan het ook mondeling geschieden.

Lid 3

Alle feiten of omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen.

Lid 4

Een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.

Lid 5

Geschiedt het verzoek ter zitting, dan wordt het onderzoek ter zitting geschorst. De rechter wiens wraking is verzocht, onthoudt zich van het verder behandelen van de zaak, waaronder begrepen het nemen van beslissingen, tenzij dit geen uitstel duldt.

Recente uitspraken

Art. 8:16 Awb is sinds 2000 in 129 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:HR:2026:1137 — 03-07-2026 Hoge Raad
    De Hoge Raad wijst het verzoek tot wraking af.
  • ECLI:NL:HR:2026:777 — 22-05-2026 Hoge Raad
    Wrakingsverzoek. De Hoge Raad verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
  • ECLI:NL:HR:2025:1591 — 17-10-2025 Hoge Raad
    Wrakingsverzoek. De Hoge Raad verklaart het eerste verzoek tot wraking niet-ontvankelijk, stelt het tweede verzoek tot wraking buiten behandeling en bepaalt dat een volgend verzoek om wraking niet in behandeling zal worden genomen.
  • ECLI:NL:HR:2025:1514 — 10-10-2025 Hoge Raad
    Wrakingsverzoek. De Hoge Raad stelt het verzoek tot wraking buiten behandeling.
  • ECLI:NL:HR:2024:666 — 26-04-2024 Hoge Raad
    Wrakingsverzoek. De Hoge Raad wijst het verzoek om wraking af.

Bekijk alle 129 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.