Artikel 8:119 Algemene wet bestuursrecht
Lid 1
De bestuursrechter kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Lid 2
Hoofdstuk 6, titel 8.1, met uitzondering van afdeling 8.1.1 en artikel 8:13, titel 8.2, met uitzondering van artikel 8:41, tweede lid, titel 8.3 en titel 8.5, met uitzondering van artikel 8:109, zijn voor zover nodig van overeenkomstige toepassing.
Lid 3
Het griffierecht is gelijk aan het griffierecht dat ten tijde van de indiening van het verzoek verschuldigd zou zijn geweest voor het beroep of hoger beroep dat heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd.
Lid 4
Indien de uitspraak wordt herzien, betaalt de griffier het griffierecht terug.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 8:119 Awb is sinds 2013 in 154 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, CRvB en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2026:1470 — 11-09-2026 Hoge Raad
HR verklaart het verzoek om herziening n-o. - ECLI:NL:HR:2026:1449 — 11-09-2026 Hoge Raad
HR verklaart het verzoek om herziening n-o. - ECLI:NL:HR:2025:1180 — 18-07-2025 Hoge Raad
HR verklaart het verzoek om herziening n-o. - ECLI:NL:HR:2023:1388 — 06-10-2023 Hoge Raad
Verzoek om herziening nadat een eerder herzieningsverzoek niet-ontvankelijk is verklaard. Artikel 8:119, lid 1 Awb. - ECLI:NL:HR:2023:1373 — 06-10-2023 Hoge Raad
Verzoek om herziening nadat een eerder herzieningsverzoek niet-ontvankelijk is verklaard. Artikel 8:119, lid 1 Awb.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.