Artikel 8:50 Algemene Wet Bestuursrecht

Lid 1

De bestuursrechter kan een onderzoek ter plaatse instellen. Hij heeft daarbij toegang tot elke plaats voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

Lid 2

Bestuursorganen verlenen de medewerking die in het belang van het onderzoek is vereist.

Lid 3

Van plaats en tijdstip van het onderzoek wordt aan partijen mededeling gedaan. Zij kunnen bij het onderzoek aanwezig zijn.

Lid 4

Van het onderzoek wordt door de griffier een proces-verbaal opgemaakt.

Lid 5

Het wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Bij verhindering van de voorzitter of de griffier wordt dit in het proces-verbaal vermeld.