Artikel 7:26 Algemene wet bestuursrecht
Lid 1
De beslissing op het beroep dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld. Daarbij wordt, indien ingevolge artikel 7:17 van het horen is afgezien, tevens aangegeven op welke grond dat is geschied.
Lid 2
Indien de beslissing afwijkt van het advies van een commissie als bedoeld in artikel 7:19, tweede lid, worden in de beslissing de redenen voor die afwijking vermeld en wordt het advies met de beslissing meegezonden.
Lid 3
De beslissing wordt bekendgemaakt door toezending of uitreiking aan degenen tot wie zij is gericht. Betreft het een besluit dat niet tot een of meer belanghebbenden was gericht, dan wordt de beslissing bekendgemaakt op dezelfde wijze als waarop dat besluit bekendgemaakt is.
Lid 4
Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de beslissing wordt hiervan mededeling gedaan aan het bestuursorgaan tegen welks besluit het beroep was gericht, aan degenen tot wie het bestreden besluit was gericht en aan de belanghebbenden die in beroep hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
Lid 5
Bij de mededeling, bedoeld in het vierde lid, is artikel 6:23 van overeenkomstige toepassing en wordt met het oog op de aanvang van de beroepstermijn zo duidelijk mogelijk aangegeven wanneer de bekendmaking van de beslissing overeenkomstig het derde lid heeft plaatsgevonden.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 7:26 Awb is sinds 2000 in 23 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. 's-Gravenhage en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:GHARL:2021:10785 — 22-11-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 5 Wahv. Uitgangspunt is dat bij constatering van een gedraging de bestuurder wordt staandegehouden. Als niet blijkt waarom daarvan is afgezien, behoort de officier van justitie, bij een verweer, navraag te doen bij de ambtenaar. - ECLI:NL:GHARL:2021:6740 — 13-07-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 5 Wahv. Wanneer de ambtenaar ten tijde van het constateren van de gedraging een andere, zwaardere overtreding door een andere bestuurder waarneemt, mag hij die prioriteit geven en er van afzien de eerste bestuurder staande te houden. - ECLI:NL:GHARL:2021:5080 — 26-05-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 5 Wahv. De ambtenaar zag zich tijdens een spoedrit geconfronteerd met een dubbel geparkeerd voertuig en verzocht de bestuurder die snel te verplaatsen, zodat hij zijn rit kon hervatten. Van de ambtenaar wordt in die situatie niet verwacht dat hij zijn spoedrit nog langer… - ECLI:NL:GHARL:2021:4579 — 11-05-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 5 Wahv. Een onopvallende controle in het belang van effectieve handhaving is toegestaan. Voor een staandehouding van de scooterrijder was geen reële mogelijkheid, omdat de ambtenaar te voet was en in burger gekleed. Gegeven die situatie mocht de sanctie aan de… - ECLI:NL:GHARL:2021:3725 — 16-04-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Hoorplicht. Nu de officier van justitie de vijftien zaken over twee hoorzittingen heeft verdeeld, moet de gemachtigde, gezien de aard van de zaken, voldoende in staat zijn geweest zich voor te bereiden.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.