Artikel 7:18 Algemene wet bestuursrecht
Lid 1
Tot tien dagen voor het horen kunnen belanghebbenden nadere stukken indienen.
Lid 2
Het beroepsorgaan legt het beroepschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage.
Lid 3
Bij de oproeping voor het horen worden belanghebbenden gewezen op het eerste lid en wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen.
Lid 4
Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen.
Lid 5
Voor zover de belanghebbenden daarmee instemmen, kan toepassing van het tweede lid achterwege worden gelaten.
Lid 6
Het beroepsorgaan kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, toepassing van het tweede lid voorts achterwege laten, voor zover geheimhouding om gewichtige redenen is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt mededeling gedaan.
Lid 7
Gewichtige redenen zijn in ieder geval niet aanwezig, voor zover ingevolge de Wet open overheid de verplichting bestaat een verzoek om informatie, vervat in deze stukken, in te willigen.
Lid 8
Indien een gewichtige reden is gelegen in de vrees voor schade aan de lichamelijke of geestelijke gezondheid van een belanghebbende, kan inzage van de desbetreffende stukken worden voorbehouden aan een gemachtigde die hetzij advocaat hetzij arts is.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 7:18 Awb is sinds 2003 in 57 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Leeuwarden en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:HR:2022:721 — 20-05-2022 Hoge Raad
Procesrecht. Verschoningsrecht belastingambtenaar in civiele procedure? Art. 67 AWR. Art. 52 Wjsg. Vervolg op ECLI:NL:HR:2018:1433. Samenhang met zaak 20/04402 (ECLI:NL:HR:2022:722) - ECLI:NL:RVS:2019:347 — 06-02-2019 Raad van State
Bij uitspraak van 18 december 2017 heeft de rechtbank het door [wederpartij] ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard en dat met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd. Voorts heeft de rechtbank daarbij… - ECLI:NL:GHARL:2025:3975 — 24-06-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Verzoek beperkte kennisneming. Privacy en controlestrategie. - ECLI:NL:GHARL:2025:3972 — 24-06-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Verzoek beperkte kennisneming. Privacy en controlestrategie. - ECLI:NL:GHARL:2024:121 — 08-01-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
De stelling dat de sanctie niet is opgelegd bij een door de ambtenaar genomen besluit faalt. Er is geen bepaling die eist dat er een schriftelijk besluit moet zijn van de ambtenaar die de sanctie oplegt. Het besluit tot oplegging van de sanctie kan worden genomen door het…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.