Artikel 49 Vreemdelingenwet 2000

Lid 1

Op de uitoefening van de in deze paragraaf bedoelde bevoegdheden zijn, voor zover nodig, de artikelen 5:12, 5:13 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.

Lid 2

Op de uitoefening door de ambtenaren belast met de grensbewaking van de uit de Schengengrenscode voortvloeiende taken zijn de artikelen 5:12, 5:13 en 5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht eveneens van overeenkomstige toepassing.

Lid 3

Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van artikel 5:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden en taken.