Artikel 2ff Vreemdelingenwet 2000

Lid 1

Onze Minister is overeenkomstig de Screeningsverordening belast met de uitvoering van de taken en bezit daartoe de bevoegdheden die de Screeningsverordening aan de Screeningsautoriteiten toekent.

Lid 2

Ten aanzien van de in artikel 5 van de Screeningsverordening bedoelde screening aan de buitengrens, voert de Koninklijke Marechaussee de taken van de Screeningsautoriteiten overeenkomstig de Screeningsverordening uit, voor zover het de toepassing van artikel 14 en 15 van de Screeningverordening betreft, met inbegrip van de afname van biometrische gegevens van een aan de screening onderworpen onderdaan van een derde land voor de identificatie of verificatie van de identiteit van die persoon, de veiligheidscontrole van die persoon en de registratie in Eurodac van die persoon, overeenkomstig artikel 15, eerste lid, onderdeel b, en de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EU) 2024/1358, naargelang het geval.

Lid 3

Onverminderd het eerste en tweede lid kunnen bij algemene maatregel van bestuur een of meerdere autoriteiten of instanties worden aangewezen die een of meerdere taken van de Screeningsautoriteiten uitvoeren.

Lid 4

De Screeningsautoriteiten verstrekken bij aanvang van de screening de aan screening onderworpen vreemdelingen op schriftelijke wijze informatie over de mogelijkheden tot het instellen van procedures bij niet-eerbiediging of niet-handhaving van grondrechten gedurende de screening, in een taal die de vreemdeling begrijpt, of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de vreemdeling deze begrijpt.