Artikel 2u Vreemdelingenwet 2000
Lid 1
Onze Minister beslist binnen 90 dagen na ontvangst van een aanvraag om verlening of wijziging van een machtiging tot voorlopig verblijf. Onze Minister kan deze termijn verlengen met ten hoogste drie maanden.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid maakt Onze Minister de beslissing op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van de Europese blauwe kaart of overplaatsing binnen een onderneming bekend binnen 90 dagen en kan die termijn niet worden verlengd.
Lid 3
In afwijking van het eerste lid maakt Onze Minister de beslissing op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf onder een beperking verband houdend met wetenschappelijk onderzoek, studie, lerend werken, of uitwisseling in het kader van Europees vrijwilligerswerk bekend binnen 60 dagen en kan die termijn niet worden verlengd.
Lid 4
In afwijking van het eerste lid maakt Onze Minister de beslissing op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor verblijf als gezinslid van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 28, is verleend, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen negen maanden na indiening van de aanvraag bekend. Onze Minister kan deze termijn verlengen in geval van bijzondere omstandigheden die verband houden met het complexe karakter van de behandeling van de aanvraag.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 2u Vw2000 is sinds 2022 in 56 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag en Raad van State.
- ECLI:NL:RVS:2025:5787 — 28-11-2025 Raad van State
Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om betrokkene 1 een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen. - ECLI:NL:RBDHA:2026:29839 — 08-10-2026 Rb. Den Haag
BNT – regulier – verweer – beroep gegrond - ECLI:NL:RBDHA:2026:29639 — 07-10-2026 Rb. Den Haag
BNT - regulier - gegrond. - ECLI:NL:RBDHA:2026:29637 — 07-10-2026 Rb. Den Haag
BNT - regulier - gegrond. - ECLI:NL:RBDHA:2024:4496 — 29-03-2024 Rb. Den Haag
BNT, nareis, gegrond.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.