Hoofdstuk 1c. Screening

Artikel 2ff

Lid 1

Onze Minister is overeenkomstig de Screeningsverordening belast met de uitvoering van de taken en bezit daartoe de bevoegdheden die de Screeningsverordening aan de Screeningsautoriteiten toekent.

Lid 2

Ten aanzien van de in artikel 5 van de Screeningsverordening bedoelde screening aan de buitengrens, voert de Koninklijke Marechaussee de taken van de Screeningsautoriteiten overeenkomstig de Screeningsverordening uit, voor zover het de toepassing van artikel 14 en 15 van de Screeningverordening betreft, met inbegrip van de afname van biometrische gegevens van een aan de screening onderworpen onderdaan van een derde land voor de identificatie of verificatie van de identiteit van die persoon, de veiligheidscontrole van die persoon en de registratie in Eurodac van die persoon, overeenkomstig artikel 15, eerste lid, onderdeel b, en de artikelen 22, 23 en 24 van Verordening (EU) 2024/1358, naargelang het geval.

Lid 3

Onverminderd het eerste en tweede lid kunnen bij algemene maatregel van bestuur een of meerdere autoriteiten of instanties worden aangewezen die een of meerdere taken van de Screeningsautoriteiten uitvoeren.

Lid 4

De Screeningsautoriteiten verstrekken bij aanvang van de screening de aan screening onderworpen vreemdelingen op schriftelijke wijze informatie over de mogelijkheden tot het instellen van procedures bij niet-eerbiediging of niet-handhaving van grondrechten gedurende de screening, in een taal die de vreemdeling begrijpt, of waarvan redelijkerwijze kan worden aangenomen dat de vreemdeling deze begrijpt.

Artikel 2gg

Lid 1

Onze Minister voorziet in de uitvoering van de in artikel 12, eerste lid, van de Screeningsverordening bedoelde voorlopige medische controle door gekwalificeerd medisch personeel en in de aanstelling van personen als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de Screeningsverordening.

Lid 2

Het in het eerste lid bedoelde gekwalificeerde medische personeel en de in het eerste lid bedoelde personen verstrekken de Screeningsautoriteiten die gegevens die noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de verplichting opgenomen in artikel 17, eerste lid, onderdeel d, respectievelijk artikel 17, eerste lid, onderdeel e, van de Screeningsverordening.

Artikel 2hh

Lid 1

Onze Minister voorziet in een onafhankelijk toezichtmechanisme overeenkomstig de in artikel 10, tweede en vierde lid, van de Screeningsverordening en artikel 43, vierde lid, van de Procedureverordening bedoelde vereisten.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van het in het eerste lid bedoelde onafhankelijke toezichtmechanisme:

  1. onverminderd artikel 2ii en onverminderd artikel 65, tweede lid, van de Politiewet 2012, instanties worden aangewezen die eveneens deelnemen aan de werking onverminderd en overeenkomstig de taken en bevoegdheden die de wet deze instanties toekent;

  2. nadere regels worden gesteld met het oog op de goede werking van het mechanisme.

Artikel 2ii

Het College voor de rechten van de mens neemt deel aan de werking van het onafhankelijk toezichtmechanisme, overeenkomstig de taken en bevoegdheden op grond van de Wet College voor de rechten van de mens.