Artikel 20 Vreemdelingenwet 2000

Lid 1

Onze Minister is bevoegd:

  1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te willigen, af te wijzen dan wel niet in behandeling te nemen;

  2. een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken;

  3. ambtshalve een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te verlenen aan de vreemdeling wiens EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen op grond van artikel 45d is ingetrokken.

Lid 2

Een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet onder beperkingen verleend. Aan de vergunning worden geen voorschriften verbonden.

Dit artikel verwijst naar: