Artikel 59c Vreemdelingenwet 2000

Lid 1

Onze Minister stelt een vreemdeling slechts in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, 59a of 59b, voor zover geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast.

Lid 2

Vreemdelingenbewaring van een vreemdeling blijft achterwege of wordt beëindigd, indien deze niet langer noodzakelijk is met het oog op het doel van de vreemdelingenbewaring.

Lid 3

In het besluit tot vrijheidsontneming of vreemdelingenbewaring op grond van de artikelen 6, 6a, 59, 59a of 59b vermeldt Onze Minister de feitelijke en juridische gronden waarop de vreemdelingenbewaring is gebaseerd en de reden dat geen minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, bedoeld in het eerste lid.