Artikel 17 Vreemdelingenwet 2000
Lid 1
Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 wordt niet afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf, indien het betreft:
de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één der door bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen landen;
de gemeenschapsonderdaan, voorzover niet reeds vrijgesteld op grond van een aanwijzing als bedoeld onder a;
de vreemdeling voor wie het gelet op diens gezondheidstoestand niet verantwoord is om te reizen;
de vreemdeling die slachtoffer of getuige-aangever is van mensenhandel;
de vreemdeling die onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag in het bezit was van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28;
de vreemdeling die tijdig een aanvraag heeft ingediend tot wijziging van een verblijfsvergunning;
de vreemdeling die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie;
een langdurig ingezetene uit een andere EU-lidstaat, dan wel diens echtgenoot of minderjarig kind ingeval het gezin reeds was gevormd in die andere lidstaat.
Lid 2
De voordracht voor een krachtens het eerste lid, onder g, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat een ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 17 Vw2000 is sinds 2001 in 28 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. 's-Gravenhage, Raad van State en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:RVS:2025:2628 — 11-06-2025 Raad van State
Bij besluit van 2 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. In deze uitspraak is de vraag aan de orde of het onderscheid op grond van nationaliteit tussen… - ECLI:NL:RVS:2022:2984 — 18-10-2022 Raad van State
Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en de vreemdeling ongewenst verklaard. - ECLI:NL:RVS:2012:BW6748 — 21-05-2012 Raad van State
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 18 januari 2012 in zaak nr. 201005222/1/V4; www.raadvanstate.nl) vermeldt art. 8, lid 3 van de richtlijn uitdrukkelijk aan welke vormvoorschriften een document moet voldoen en welke aantekening daarop moet worden vermeld om… - ECLI:NL:RVS:2012:BW5652 — 08-05-2012 Raad van State
Uit de beoordeling van het hoger beroep volgt reeds dat het BMA-advies van aanmerkelijk belang is geweest voor de besluiten van 21?december?2007. Bij brief van 13?juli?2007 heeft de minister het BMA-advies aan de vreemdelingen doen toekomen en hen in de gelegenheid gesteld… - ECLI:NL:RVS:2008:BG5956 — 03-12-2008 Raad van State
Pardonregeling – niet ambtshalve doen van een aanbod.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.