Artikel 16 Vreemdelingenwet 2000

68 uitspraken verwijzen naar dit artikel ›

Lid 1

Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 kan worden afgewezen indien:

  1. de vreemdeling niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd;

  2. de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding;

  3. de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan dan wel, indien de persoon bij wie de vreemdeling wil verblijven, niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;

  4. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid;

  5. de vreemdeling niet bereid is om medewerking te verlenen aan een medisch onderzoek naar een ziekte aangewezen bij of krachtens de Wet publieke gezondheid, ter bescherming van de volksgezondheid of een medische behandeling tegen een dergelijke ziekte te ondergaan;

  6. de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de Wet arbeid vreemdelingen is voldaan;

  7. de vreemdeling niet voldoet aan de beperking, verband houdende met het doel waarvoor hij wil verblijven;

  8. de vreemdeling, die niet behoort tot een der categorieën, bedoeld in artikel 17, eerste lid, na verkrijging van rechtmatig verblijf in Nederland inburgeringsplichtig zou zijn op grond van de artikelen 3 en 4 van de Wet inburgering 2021 en niet beschikt over kennis op basisniveau van de Nederlandse taal en de Nederlandse maatschappij;

  9. de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van een eerdere aanvraag tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een visum of een verblijfsvergunning hebben geleid of zouden hebben geleid;

  10. de vreemdeling in Nederland verblijf heeft gehouden, anders dan op grond van artikel 8.

  11. ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring van een referent is overgelegd als bedoeld in artikel 2a, tweede lid.

Lid 2

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid.

Lid 3

Het eerste lid, onder h, is niet van toepassing op de vreemdeling die de Surinaamse nationaliteit bezit en die met bij ministeriële regeling vastgestelde bescheiden heeft aangetoond in Suriname of Nederland lager onderwijs in de Nederlandse taal te hebben gevolgd.

Recente uitspraken

Art. 16 Vw2000 is sinds 2001 in 68 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. 's-Gravenhage, Rb. Den Haag en Raad van State.

  • ECLI:NL:RVS:2025:2628 — 11-06-2025 Raad van State
    Bij besluit van 2 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. In deze uitspraak is de vraag aan de orde of het onderscheid op grond van nationaliteit tussen…
  • ECLI:NL:RVS:2022:2984 — 18-10-2022 Raad van State
    Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en de vreemdeling ongewenst verklaard.
  • ECLI:NL:RVS:2022:1440 — 18-05-2022 Raad van State
    Deze conclusie betreft de betekenis van het evenredigheidsbeginsel ‘nieuwe stijl’ voor de toepassing van een begunstigende beleidsregel, namelijk de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. Aanvragen op grond van de regeling worden beoordeeld ‘in de context van het…
  • ECLI:NL:RVS:2012:BX1345 — 10-07-2012 Raad van State
    Vaststaat dat de zoon de status van burger van de Unie (punt 63 van het arrest Dereci) bezit, zodat hij zich, ook ten opzichte van de lidstaat Nederland, op de bij die status behorende rechten kan beroepen. Bij brief van 28 januari 2010 heeft de vreemdeling een…
  • ECLI:NL:RVS:2009:BH5611 — 23-02-2009 Raad van State
    Mvv-aanvraag in het kader van ‘verblijf als pleegkind’ / artikel 4:84 Awb / geen afwijking van een algemeen verbindend voorschrift Uit artikel 3.28 van het Vb 2000 volgt dat een verblijfsvergunning aan de minderjarige vreemdeling slechts kan worden verleend indien is voldaan aan…

Bekijk alle 68 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.