Artikel 21 Vreemdelingenwet 2000
Lid 1
De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e, l, dan wel op grond van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, kan slechts worden afgewezen indien de vreemdeling:
al of niet tezamen met het gezinslid bij wie hij verblijft, niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan;
onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid;
bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem ter zake de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, is opgelegd;
een gevaar vormt voor de nationale veiligheid;
zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd;
op de dag waarop de aanvraag is ontvangen, een verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft; of
niet heeft voldaan aan het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen inburgeringsvereiste.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag niet afgewezen op grond van het eerste lid, onder a, indien de vreemdeling gedurende een tijdvak van tien aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a of l, of op grond van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen heeft gehad.
Lid 3
In afwijking van het eerste lid, wordt de aanvraag niet afgewezen op grond van het eerste lid, onder a, indien de vreemdeling als minderjarige onder een beperking verband houdende met gezinshereniging rechtmatig verblijf heeft gehad en sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en inmiddels 18 jaar is, tenzij de gezinsband werd verbroken binnen een jaar na verlening van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14.
Lid 4
Indien de vreemdeling in Nederland is geboren dan wel reeds voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef en sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en inmiddels 18 jaar is, kan de aanvraag in afwijking van het eerste lid slechts worden afgewezen op grond van het eerste lid, onder c of d. In afwijking van het eerste lid, behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn. De aanvraag kan slechts worden afgewezen op grond van het eerste lid, onder c, indien de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld voor een misdrijf als bedoeld in artikel 22b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht of een misdrijf uit de Opiumwet waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld.
Lid 5
Onder een tijdvak als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel wordt verstaan een tijdvak onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is aangevraagd. Voor de berekening van het tijdvak wordt de periode van rechtmatig verblijf in Nederland vóór het bereiken van de achtjarige leeftijd buiten beschouwing gelaten.
Lid 6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f. Daarbij kunnen andere gevallen dan bedoeld in het eerste tot en met vierde lid worden aangewezen waarin een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 kan worden verleend.
Lid 7
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, worden in ieder geval regels gesteld omtrent de inhoud van het inburgeringstraject en het te behalen niveau, alsmede omtrent de vrijstellingen en ontheffingen.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 21 Vw2000 is sinds 2006 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. 's-Gravenhage, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2010:BN8204 — 21-12-2010 Hoge Raad
1. Verbeteren bewezenverklaring in aanvulling op het verkorte arrest. 2. Ad informandum gevoegde feiten waarvan niet blijkt dat verdachte deze heeft erkend. Ad 1. De Hoge Raad neemt aan dat als gevolg van een kennelijke misslag de woorden ‘artikel 67 van de Vreemdelingenwet… - ECLI:NL:GHARL:2026:1984 — 03-04-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Onderzoek Mergel. Veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf ter zake van het telen van hennep in Duitsland en Nederland (5 kwekerijen). Gebruik van versleutelde informatie van telefoons (EncroChat en SKY ECC). Verweer ontbreken Nederlandse rechtsmacht en niet-ontvankelijkheid… - ECLI:NL:GHSHE:2010:BL3037 — 02-02-2010 Hof 's-Hertogenbosch
art. 197 Sr. Beslissing tot ongewenstverklaring. Delictsomschrijving bevat het bestanddeel 'op grond van een wettelijk voorschrift'. Vormt de documentatie van verdachte ten tijde van de gegeven beschikking tot ongewenstverklaring voldoende grond om aan te nemen dat haar… - ECLI:NL:RBNNE:2023:5292 — 22-12-2023 Rb. Noord-Nederland
“Megazaak Mergel. De rechtbank veroordeelt verdachte voor zijn betrokkenheid bij drie omvangrijke hennepkwekerijen in Duitsland. Deze hennepkwekerijen werden aangestuurd vanuit een onderneming in Emmen. Dit gebeurde op professionele wijze. De rechtbank veroordeelt verdachte… - ECLI:NL:RBSGR:2008:BG5917 — 06-11-2008 Rb. 's-Gravenhage
Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd / richtlijn 2003/109/EG / langdurig ingezetenen / rechtstreekse werking De rechtbank is van oordeel dat artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, Richtlijn, voor een deel onjuist is geïmplementeerd in artikel 21 Vw 2000. De term…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.