Artikel 55.0a Vreemdelingenwet 2000

Lid 1

Onze Minister kan een vreemdeling toewijzen aan een geografisch gebied in Nederland waarbinnen hij zich vrij kan bewegen gedurende de duur van de asielprocedure indien dit zorgt voor een snelle, efficiënte en effectieve verwerking van zijn asielaanvraag in overeenstemming met de Procedureverordening, of voor de geografische spreiding van vreemdelingen waarbij rekening wordt gehouden met de capaciteit van de betrokken geografische gebieden.

Lid 2

De vreemdeling wordt zo snel mogelijk schriftelijk in kennis gesteld van de toewijzing aan een geografisch gebied en van de geografische grenzen van dat gebied.

Lid 3

De vreemdeling aan wie een geografisch gebied is toegewezen, kan Onze Minister om toestemming verzoeken om dat gebied tijdelijk te verlaten.

Lid 4

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorwaarden gesteld voor de toepassing van dit artikel.