Artikel 30a Vreemdelingenwet 2000
Lid 1
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 niet-ontvankelijk verklaren in de gevallen, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Procedureverordening en verklaart de aanvraag niet-ontvankelijk in de gevallen, bedoeld in artikel 38, tweede lid, van de Procedureverordening.
Lid 2
Het besluit een aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren, wordt voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet gelijkgesteld met een afwijzing.
Lid 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid.