Artikel 11 Vreemdelingenwet 2000

Lid 1

De aanspraken van de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft zijn in overeenstemming met de aard van het verblijf. Tenzij bij of krachtens het wettelijk voorschrift waarop de aanspraak is gegrond anders is bepaald, is daarbij het tweede lid van toepassing.

Lid 2

De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, kan aanspraken maken op voorzieningen, verstrekkingen en uitkeringen, indien hij:

  1. rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in artikel 8, onder a, tot en met e en l;

  2. rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in artikel 8, onder f, g, h, en een aanspraak wordt toegekend bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, dan wel bij of krachtens een ander wettelijk voorschrift, waarin aanspraken van deze vreemdelingen zijn neergelegd;

  3. rechtmatig verblijf heeft, als bedoeld in artikel 8, onder i tot en met k, voor de aanspraken die uitdrukkelijk aan deze vreemdelingen zijn toegekend.

Lid 3

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen ontheffingen of vergunningen.

Lid 4

Het COA, bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, is bevoegd de vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, de verplichting op te leggen deel te nemen aan cursussen gericht op het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse maatschappij als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering 2021.

Lid 5

Indien het COA een verplichting als bedoeld in het vierde lid heeft opgelegd en de vreemdeling deze verplichting niet of onvoldoende nakomt, is het COA bevoegd materiële voorzieningen te beperken of in te trekken.

Lid 6

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over:

  1. de aard en omvang van de op te leggen maatregelen;

  2. de voorwaarden die aan inperking of intrekking van de voorzieningen kunnen worden verbonden;

  3. de duur van de maatregelen;

  4. de gevolgen voor de vreemdeling, indien deze alsnog voldoet aan de opgelegde verplichtingen.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 11 Vw2000 is sinds 2010 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door CRvB, Hof 's-Hertogenbosch en Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2026:1575 — 29-09-2026 Hoge Raad
    Gewoonte maken van mensensmokkel (meermalen gepleegd) door 5 personen te helpen met het (met valse documenten) verkrijgen van Nederlandse verblijfsvergunning bij IND, art. 197a.2 jo. 197a.4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht “wederrechtelijk verblijf”. Kon hof…
  • ECLI:NL:CRVB:2010:BM0956 — 19-04-2010 CRvB
    Afwijzing nieuwe aanvraag om toegelaten te worden tot de daklozenopvang. De beslissing van het College om een persoon al dan niet toe te laten tot maatschappelijke opvang in de vorm van daklozenopvang moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, Awb. De…
  • ECLI:NL:GHSHE:2024:2547 — 07-08-2024 Hof 's-Hertogenbosch
    Een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.