Artikel 9 Vreemdelingenwet 2000

Lid 1

Onze Minister verschaft aan de vreemdeling, die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder a, b en d, f tot en met h en j tot en met m, en aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, en gemeenschapsonderdaan is als bedoeld in artikel 1, sub 2°, 4° en 6°, een document of schriftelijke verklaring, waaruit het rechtmatig verblijf blijkt.

Lid 2

Onze Minister verschaft aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder c, de verblijfstitel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, bedoeld in:

  1. artikel 24 van de Kwalificatieverordening, indien de vreemdeling de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus heeft;

  2. artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening, indien de vreemdeling verblijf heeft als gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus heeft, als bedoeld in artikel 29b;

  3. artikel 13, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn, indien de vreemdeling verblijf heeft als bedoeld in artikel 29c, als gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft; of

  4. het eerste lid, indien de vreemdeling verblijf heeft als bedoeld in artikel 29d, als gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft.

Lid 3

De geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vangt aan op de datum van verlening van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 44, tweede lid, en heeft een initiële geldigheidsduur van drie jaar. Wanneer de geldigheidsduur verstrijkt, kan deze met drie jaar worden verlengd.

Lid 4

De geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d, vangt aan op de datum van de verlening van de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in artikel 44, tweede lid, en verstrijkt op dezelfde datum als waarop de verblijfstitel van de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus heeft, verstrijkt, en kan worden verlengd zolang de geldigheidsduur van de verblijfstitel die is afgegeven aan de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of subsidiairebeschermingsstatus heeft, niet is verstreken.

Lid 5

Onze Minister verschaft aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder e, en gemeenschapsonderdaan is als bedoeld in artikel 1, sub 1°, 3° en 5° een document, waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, indien de vreemdeling het duurzaam verblijfsrecht heeft verkregen als bedoeld in artikel 16 van Richtlijn nr. 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158).

Lid 6

Onze Minister verschaft desgevraagd een dergelijk document of schriftelijke verklaring aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder i.

Lid 7

Bij de aanvraag van een beschikking anders dan op grond van deze wet legt de vreemdeling desgevraagd een kopie van het document of de schriftelijke verklaring over, dat wordt aangemerkt als een bescheid als bedoeld in artikel 4:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Lid 8

Onze Minister kan regels stellen over:

  1. de bescheiden, bedoeld in het eerste, zesde en zevende lid, en kan daarbij modellen vaststellen voor de documenten en de schriftelijke verklaring;

  2. de geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid;

  3. de gevallen waarin de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, in afwijking van het derde en vierde lid, een kortere geldigheidsduur dan drie jaren heeft;

  4. de administratieve formaliteiten voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, ter uitvoering van:

    1. artikel 24, vierde lid, van de Kwalificatieverordening met betrekking tot onderdeel a;

    2. artikel 23, tweede lid, van de Kwalificatieverordening met betrekking tot onderdeel b;

    3. artikel 13, tweede lid, van de Gezinsherenigingsrichtlijn met betrekking tot onderdeel c;

  5. de administratieve formaliteiten voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfstitel, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d; of

  6. de vergoeding, bedoeld in artikel 24, derde lid, van de Kwalificatieverordening.

Lid 9

Het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfstitel heeft niet tot gevolg dat de verblijfsvergunning asiel vervalt indien deze op dat moment niet is ingetrokken.

Recente uitspraken

Art. 9 Vw2000 is sinds 2005 in 36 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. 's-Gravenhage en Hof Den Haag.

  • ECLI:NL:HR:2013:CA0799 — 28-05-2013 Hoge Raad
    1. Verblijfsvergunning een goed a.b.i. art. 326 Sr (oplichting)? In aanmerking genomen dat een verblijfsvergunning een beschikking van een bestuursorgaan is die ex art. 8, aanhef en onder a jo. art. 9.1 Vreemdelingenwet 2000 wordt afgegeven in de vorm van een document of…
  • ECLI:NL:RVS:2026:6062 — 16-10-2026 Raad van State
    Bij besluit van 5 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.
  • ECLI:NL:RVS:2026:6104 — 14-10-2026 Raad van State
    Bij besluiten van 1 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf als familielid van een burger van de Europese Unie heeft gehad, verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten, en een…
  • ECLI:NL:RVS:2026:5952 — 09-10-2026 Raad van State
    Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.
  • ECLI:NL:RVS:2026:5820 — 02-10-2026 Raad van State
    Bij besluit van 21 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

Bekijk alle 36 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.