Artikel 31 Vreemdelingenwet 2000
Lid 1
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29, 29a of 29b, overeenkomstig artikel 39, derde lid, van de Procedureverordening afwijzen als ongegrond, indien de aanvrager op grond van de Kwalificatieverordening niet in aanmerking komt voor:
de vluchtelingenstatus, bedoeld in artikel 13 van de Kwalificatieverordening;
de subsidiairebeschermingsstatus, bedoeld in artikel 18 van de Kwalificatieverordening; of
verblijf als gezinslid, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kwalificatieverordening.
Lid 2
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 29c of 29d afwijzen, indien niet wordt voldaan aan de daarin gestelde voorwaarden.
Lid 3
Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 afwijzen als ongegrond, indien reeds is vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van de Kwalificatieverordening, overeenkomstig:
artikel 40, vierde lid, van de Procedureverordening in de fase waarin de aanvraag expliciet wordt ingetrokken; of
artikel 41, eerste en vijfde lid, van de Procedureverordening op het ogenblik waarop de aanvraag impliciet wordt ingetrokken.
Lid 4
Een aanvraag van een gezinslid als bedoeld in artikel 29c, eerste lid, tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in de artikelen 29c of 29d, kan worden afgewezen, indien gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de vreemdeling die de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus heeft of het desbetreffende gezinslid bijzondere banden heeft.
Lid 5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.
Recente uitspraken
Art. 31 Vw2000 is sinds 2001 in 188 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. 's-Gravenhage, Rb. Den Haag en Raad van State.
- ECLI:NL:RVS:2026:5889 — 07-10-2026 Raad van State
Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. - ECLI:NL:RVS:2019:4358 — 19-12-2019 Raad van State
Bij besluit van 25 september 2018 is vreemdeling 1 in vreemdelingenbewaring gesteld. - ECLI:NL:RVS:2013:BZ8704 — 26-03-2013 Raad van State
Uit de geschiedenis van de totstandkoming van art. 72, lid 3 Vw 2000 (Kamerstukken II 1998/99, 26 732, nr. 3, blz. 35 en 71) kan worden afgeleid dat de wetgever gezien deze strekking van de meeromvattende beschikking niet heeft beoogd zonder meer bezwaar tegen de feitelijke… - ECLI:NL:RVS:2003:AF7223 — 04-04-2003 Raad van State
Ter bepaling van de omvang van de door hem te verrichten beoordeling in geval van een besluit op een herhaalde aanvraag zal de rechter direct moet treden in de vraag of aan de aanvraag nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag zijn gelegd. Afwijzing… - ECLI:NL:GHAMS:2009:BI9006 — 18-06-2009 Hof Amsterdam
Strafrechtelijke vervolging in verband met gebruik van vals paspoort van een vreemdeling die in Nederland asiel wenst aan te vragen; artikel 31, eerste lid, Vluchtelingenverdrag; ontvankelijkheid openbaar ministerie. Nu naar het oordeel van het hof niet de vereiste…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.