Afdeling 2.2.9. Bemiddelen

Wordt genoemd in:

Artikel 2:80

Lid 1

Het is verboden in Nederland zonder een daartoe door de Autoriteit Financiële Markten verleende vergunning te bemiddelen.

Lid 2

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste lid en van hetgeen in het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen is bepaald met betrekking tot bemiddelen, indien de aanvrager aantoont dat de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.

Lid 3

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag ontheffing verlenen van het eerste lid aan:

  1. een persoon die met een overleden bemiddelaar tot het tijdstip van diens overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gehad; of

  2. een niet tot de huishouding behorend kind van een overleden bemiddelaar,

indien het bedrijf van de overleden bemiddelaar wordt voortgezet en de belangen die dit deel en het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen beogen te beschermen anderszins voldoende worden beschermd.

Lid 4

De in het derde lid bedoelde ontheffing kan met terugwerkende kracht worden verleend tot de datum van overlijden. De ontheffing wordt voor ten hoogste een jaar verleend en kan ten hoogste tweemaal met een jaar worden verlengd.

Lid 5

Het tweede lid is niet van toepassing op het bemiddelen in verzekeringen.

Lid 6

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op het bemiddelen in hypothecair krediet.

Artikel 2:81

Lid 1

Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen die:

  1. voor het uitoefenen van het bedrijf van verzekeraar een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te bemiddelen;

  2. voor het uitoefenen van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank op grond van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben, voorzover het aan hen ingevolge die verklaring is toegestaan te bemiddelen;

  3. voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben; of

  4. voor het uitoefenen van het bedrijf van premiepensioeninstelling een door de Nederlandsche Bank op grond van dit deel verleende vergunning hebben, voorzover het aan hen ingevolge die vergunning is toegestaan te bemiddelen.

Lid 2

Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op het bemiddelen door bemiddelaars die bemiddelen voor een aanbieder, of, indien het niet om onderling concurrerende financiële producten gaat, meerdere aanbieders en die, ingeval het bemiddelen in verzekeringen betreft, in naam en voor rekening van de aanbieder of aanbieders bemiddelen zonder daarbij premies of voor de cliënt bestemde bedragen te innen, indien de aanbieders voor wie de bemiddelaars bemiddelen:

  1. volledig verantwoordelijk zijn voor de bemiddelaars, in die zin dat zij er voor zorg dragen dat de bemiddelaars voldoen aan het bij of krachtens deze wet bepaalde; en

  2. de betrokken bemiddelaars als verbonden bemiddelaar hebben aangemeld bij de Autoriteit Financiële Markten.

Lid 3

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op bemiddelaars in verzekeringen die bemiddelen voor een bemiddelaar in verzekeringen met een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, of, indien het niet om onderling concurrerende verzekeringen gaat, meerdere bemiddelaars in verzekeringen met een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid.

Lid 4

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanmelding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, plaatsvindt, de gegevens die daarbij worden verstrekt en de bescheiden die daarbij worden overgelegd.

Artikel 2:82

Lid 1

Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op financiële ondernemingen met zetel in een andere lidstaat die:

  1. als bank hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te bemiddelen;

  2. als financiële instelling hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge afdeling 2.2.2 is toegestaan te bemiddelen; of

  3. als entiteit voor risico-acceptatie of verzekeraar hun bedrijf uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, voorzover het aan hen ingevolge de afdelingen 2.2.2A, 2.2.3, 2.2.4 of 2.2.4A is toegestaan te bemiddelen.

Lid 2

Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op bemiddelaars in verzekeringen die in een andere lidstaat zijn geregistreerd in de zin van artikel 3 van de richtlijn verzekeringsdistributie, voorzover is voldaan aan artikel 2:84.

Lid 3

Artikel 2:80, eerste lid, is niet van toepassing op bemiddelaars in hypothecair krediet die overeenkomstig artikel 29, eerste lid, van de richtlijn hypothecair krediet bevoegd zijn in hun lidstaat van herkomst hun bedrijf uit te oefenen.

Artikel 2:83

Lid 1

De Autoriteit Financiële Markten verleent op aanvraag een vergunning als bedoeld in artikel 2:80, eerste lid, indien de aanvrager aantoont dat zal worden voldaan aan het bepaalde ingevolge:

  1. artikel 4:9, eerste, tweede en vierde lid, met betrekking tot de geschiktheid en vakbekwaamheid van de in dat artikel bedoelde personen;

  2. artikel 4:10 met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;

  3. artikel 4:11, tweede en derde lid, met betrekking tot het beleid inzake de integere bedrijfsuitoefening;

  4. artikel 4:13 met betrekking tot de zeggenschapsstructuur;

  5. artikel 4:15, eerste en tweede lid, met betrekking tot de inrichting van de bedrijfsvoering;

  6. indien het bemiddelen in hypothecair krediet betreft, artikel 4:74b, met betrekking tot een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening; en

  7. indien het bemiddelen in verzekeringen betreft, artikel 4:75, eerste en tweede lid, met betrekking tot het beschikken over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare voorziening.

Lid 2

De aanvraag van de vergunning geschiedt onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.

Lid 3

De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, met betrekking tot het tweede en vierde lid van artikel 4:9, c, met betrekking tot het derde lid van artikel 4:11, e, met betrekking tot het tweede lid van artikel 4:15 of g, met betrekking tot het tweede lid van artikel 4:75, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die de in het eerste lid bedoelde artikelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt.

Lid 4

Het derde lid is niet van toepassing op bemiddelen in hypothecair krediet.

Artikel 2:84

Lid 1

Een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het verlenen van diensten vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor binnen een maand na de mededeling, bedoeld in artikel 6, tweede lid, eerste alinea, van de richtlijn verzekeringsdistributie, door de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat of zodra de bemiddelaar in verzekeringen de informatie heeft ontvangen over de in Nederland geldende voorwaarden om redenen van algemeen belang, bedoeld in artikel 6, tweede lid, tweede alinea, van de richtlijn verzekeringsdistributie.

Lid 2

Een bemiddelaar in verzekeringen met zetel in een andere lidstaat kan overgaan tot het verlenen van diensten door middel van het verrichten van diensten naar Nederland onmiddellijk na de mededeling, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie, door de toezichthoudende instantie van de andere lidstaat.

Lid 3

Indien de Autoriteit Financiële Markten een mededeling heeft ontvangen van een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat met betrekking tot het bemiddelen in hypothecair krediet vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, kan zij voordat de bemiddelaar in hypothecair krediet aanvangt met het verlenen van diensten in Nederland, maar in ieder geval binnen twee maanden na ontvangst van de mededeling, de bemiddelaar in hypothecair krediet bekendmaken welke voorwaarden door hem om redenen van algemeen belang in acht moeten worden genomen bij het verlenen van zijn financiële diensten in Nederland.

Artikel 2:85

Lid 1

Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van artikel 2:80, eerste lid.

Lid 2

Bij ministeriële regeling kan geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden geregeld van artikel 2:83, eerste lid.

Lid 3

Indien aan een vrijstelling als bedoeld in het eerste lid het voorschrift wordt verbonden dat in reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie wordt vermeld dat de vrijgestelde activiteit niet vergunningplichtig is ingevolge deze wet, wordt deze vermelding gedaan op door de Autoriteit Financiële Markten vast te stellen wijze.