Artikel 4:37h Wet op het financieel toezicht
Lid 1
Een beheerder van een beleggingsinstelling waarbij beleggers regelmatig ten laste van de activa van de beleggingsinstelling het recht tot inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming hebben, kiest ten minste twee instrumenten voor liquiditeitsbeheer uit de instrumenten zoals opgenomen in bijlage V, punten 2 tot en met 8, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, die passen bij de beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en terugbetalingsbeleid van de beleggingsinstelling.
Lid 2
In afwijking van het eerste lid kiest een beheerder van een beleggingsinstelling die een vergunning heeft op grond van Verordening (EU) 2017/1131 inzake geldmarktfondsen ten minste één instrument voor liquiditeitsbeheer uit de instrumenten zoals opgenomen in bijlage V, punten 2 tot en met 8 van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.
Lid 3
Een beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in het eerste lid is het niet toegestaan om uitsluitend de instrumenten voor liquiditeitsbeheer genoemd in bijlage V, punten 5 en 6, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen te selecteren.
Lid 4
De beheerder van een beleggingsinstelling neemt de gekozen instrumenten voor liquiditeitsbeheer op in de statuten of het fondsreglement van de beleggingsinstelling.
Lid 5
De beheerder van een beleggingsinstelling stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van de geselecteerde instrumenten voor liquiditeitsbeheer.