Artikel 4:37g Wet op het financieel toezicht

Lid 1

Een beheerder die een leninginitiërende beleggingsinstelling beheert die voor 15 april 2024 is opgericht, wordt geacht aan artikel 15, leden 4 bis tot en met 4quinquis, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en artikel 4:37f, vierde en vijfde lid, te voldoen tot 16 april 2029.

Lid 2

Tot 16 april 2029 verhoogt de beheerder van een leninginitiërende beleggingsinstelling als bedoeld in het eerste lid de notionele waarde van de leningen of de hefboomfinanciering van een beleggingsinstelling niet indien de limiet boven de genoemde limieten in artikel 15, leden 4 bis en 4 ter, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen ligt. Indien de notionele waarde of hefboomlimiet beneden de limieten van artikel 15 leden 4 bis en 4 ter ligt, verhoogt de beheerder de notionele waarde of hefboomlimiet niet tot boven deze limieten.

Lid 3

Artikel 15, leden 4 bis tot en met 4quinquis, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en artikel 4:37f, vierde en vijfde lid, zijn niet van toepassing op beheerders van leninginitiërende beleggingsinstellingen die zijn opgericht voor 15 april 2024 en die geen extra kapitaal aantrekken na 15 april 2024.

Lid 4

Een beheerder van een leninginitiërende beleggingsinstelling die is opgericht voor 15 april 2024 stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis indien hij op vrijwillige basis voldoet aan artikel 15, leden 4 bis tot en met 4quinquis, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en artikel 4:37f, vierde en vijfde lid.

Lid 5

Indien een beheerder van een beleggingsinstelling leningen initieert voor 15 april 2024 kan de beheerder deze beleggingsinstelling beheren zonder met betrekking tot deze leningen te voldoen aan artikel 4:37f, derde lid, en artikel 15, leden 3, aanhef en onderdeel d, 4 sexies, 4 septies en 4 decies van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.

Wordt genoemd in: