Artikel 63 Wetboek van Strafrecht
Lid 1
Indien iemand, nadat hij onherroepelijk tot straf is veroordeeld, schuldig wordt verklaard aan een misdrijf of een overtreding voor die strafoplegging gepleegd, zijn de bepalingen van deze titel voor het geval gelijktijdig straf wordt opgelegd van toepassing.
Lid 2
In het geval meer veroordelingen zijn uitgesproken, wordt enkel in aanmerking genomen de veroordeling waarbij de hoogste straf is opgelegd.
Lid 3
In het geval het strafbare feit waaraan iemand schuldig wordt verklaard een misdrijf betreft waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer is gesteld, kan de rechter gemotiveerd beslissen om een op het eerste lid aanvullende gevangenisstraf op te leggen van niet meer dan een derde van het op dat feit gestelde maximum, indien sprake is van een gegeven dat tijdens het opsporingsonderzoek of gedurende de fase van vervolging aan de officier van justitie of de rechter niet bekend was en dat op zichzelf of in verband met feiten of omstandigheden het ernstige vermoeden had doen ontstaan dat, indien het gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot het opleggen van vrijheidsstraf.